Klimaattransitie - deel 3: De winnaars en verliezers
5 min
Een snellere klimaattransitie levert relatieve winnaars en verliezers op tegenover het basisscenario. In een trager scenario zijn er enkel verliezers.
Wat u moet onthouden:
- Een snelle klimaattransitie creëert relatieve winnaars (landen met sterke hernieuwbare energiecapaciteit) en verliezers (fossiele exporteurs).
- Bij een trage transitie verliest iedereen.
- Arbeidsproductiviteit is het hoogst bij een gemiddelde jaartemperatuur van 15°C en daalt in een kouder en warmer klimaat.
Het “we modderen maar wat aan”-scenario
In het basisscenario van de denktank Oxford Economics stijgt de globale temperatuur tegen 2060 met 2,2° Celsius tegenover het pre-industriële tijdperk. In dat ‘we modderen maar wat aan’-scenario glijdt de groei in de eurozone langzaam af van 1% naar 0,7%. De globale koolstofprijs piekt al op 40 dollar per ton CO2, lang niet genoeg om de temperatuur te stabiliseren. Die loopt tegen 2100 verder op naar 3°C, wat de trendgroei verder onderuithaalt.

Winnaars …
In een snelle, geordende transitie naar net zero tegen 2050 wint Brazilië het meest tegenover het basisscenario, op de voet gevolgd door Duitsland en Frankrijk. Saoedi-Arabië en Rusland eindigen ruim onder de nullijn. Het patroon achter die rangschikking is opvallend consistent: winnaars beschikken over veel hernieuwbare elektriciteitscapaciteit, wat hun blootstelling aan de koolstoftaks, en daarmee de druk op de consumptie, beperkt.
Brazilië is de op één na grootste waterkrachtproducent ter wereld en haalt vandaag 84% van zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Voor Europa staat dat aandeel op 47,3%, maar daarmee overtreft het toch nog altijd ruim het globale gemiddelde van 34%. Andere relatieve winnaars hebben toegang tot de metalen en mineralen die de groene technologie nodig heeft, koper voorop.
… en verliezers
Verliezers zijn onder meer de landen die aanzienlijke inkomsten halen uit fossiele brandstoffen: als de wereld minder olie en gas verbruikt, verdampt hun exportinkomen. Saudi-Arabië en Rusland voelen dat het felst, maar de VS varen ook minder goed. Het gros van de landen onderaan de rangschikking voelt in een echt transitiescenario ook de negatieve impact van de nog te introduceren koolstofprijs op de koopkracht.
Productiviteit niet hittebestendig
Tot zover weinig verrassingen. Interessanter wordt het wanneer je kijkt naar welke landen fysiek harder getroffen worden naarmate de temperatuur stijgt, want daar zit een curve onder die weinigen kennen. De relatie tussen de jaarlijkse gemiddelde temperatuur en economische groei is namelijk geen rechte lijn, maar een bergvorm: groei – of meer precies de arbeidsproductiviteit – piekt bij een gemiddelde jaartemperatuur van ongeveer 15°C en valt terug in zowel een kouder als warmer klimaat.
Landen zoals Duitsland, die onder dat optimum zitten, zouden in theorie zelfs een beetje vooruitgaan bij verdere opwarming. Landen zoals India, Indonesië en Brazilië zitten daarentegen al ver voorbij die piek. Elke extra graad duwt hen dieper in het dalende deel van de curve. Het zijn onder andere die dichtbevolkte, hete landen die zware productiviteitsverliezen torsen in het catastrofescenario.

Kwetsbaar noordelijk halfrond
Maar niet alleen zij zijn kwetsbaar. Diezelfde theoretisch bevoordeelde koude landen blijken in de praktijk - in het scenario waarin het klimaatbeleid faalt - net de grootste absolute klappen te incasseren. Canada verliest cumulatief tot 20% van zijn bbp tegen 2060, op de voet gevolgd door Rusland en de Verenigde Staten.
De verklaring is een klassiek geval van “de kaart is niet het terrein”: opwarming verloopt niet overal even snel en het noordelijk halfrond warmt sneller op dan het wereldgemiddelde. Een land dat op papier ver onder zijn temperatuuroptimum zit, kan dus snel voorbij dat optimum geduwd worden. Daar komt bij dat temperatuurafwijkingen naar verwachting groter zullen zijn in het noordelijk halfrond. Dat leidt tot grotere volatiliteit en meer extreme weersomstandigheden, met directe kapitaalvernietiging tot gevolg.
Fossiele afhankelijkheid? Iedereen verliest!
Saudi-Arabië lijkt in dat catastrofescenario aanvankelijk zelfs de minst slechte leerling van de klas, simpelweg omdat de aanhoudende fossiele vraag de olie-inkomsten op peil houdt. Maar de grafiek eindigt niet toevallig met de nuchtere vaststelling dat stijgende temperaturen ook die voorsprong stilaan opeten. Er bestaat geen scenario waarin fossiele afhankelijkheid blijvend loont. Uiteindelijk verliest iedereen in dit scenario.

Wachten op Godot
De les die overblijft? In het geval van een volledige transitie met uiteindelijk stabiele temperaturen zijn er duidelijke winnaars en verliezers tegenover het huidige – ook ver van ideale – basisscenario, met Brazilië en Saudi-Arabië als tegenpolen. Laat de wereld de transitie volledig mislukken? Dan verdwijnt dat onderscheid geleidelijk en verliest iedereen; de fossiele exporteur net iets later dan de rest, maar evengoed.
Het is een beetje zoals wachten op Godot: je kan het uitstel nog even volhouden en beloftes van “morgen” blijven maken, maar uiteindelijk komt de rekening toch. Voor iedereen aan tafel.
