Klimaattransitie - deel 2: De prijs van koolstof, of het gebrek daaraan

5 min

Er bestaat een quasi-consensus onder economen over wat een ton CO2 zou moeten kosten om ons gedrag écht te veranderen: ergens tussen 50 en 100 dollar. De wereld betaalt daar gemiddeld 6 tot 8 dollar voor. Dat is geen kleine kloof, dat is een ander universum. 

 Wat u moet onthouden:

  • De huidige CO2-prijs is te laag om gedrag echt te veranderen. Om tegen 2050 net zero te bereiken, is een prijs van 470 dollar per ton CO₂ nodig. 
  • Slechts 32% van de wereldwijde uitstoot valt onder een koolstofprijs. 
  • Europa loopt hard, maar de rest van de wereld moet meedoen om de opwarming onder de 2°C te houden. De klok tikt. 

Twee derde van de planeet stoot gratis CO2 uit

De dekkingsgraad van die prijszetting – waar geldt zo’n koolstofprijs – geraakt vandaag ook met veel meer moeite aan 32% van de wereldwijde uitstoot. Met andere woorden: op twee derde van de planeet wordt nog steeds gratis CO2 uitgestoten. Dat verklaart meteen waarom het lijkt dat we geen vooruitgang maken inzake klimaatbeleid. Globaal is dat gewoon zo. 

Welke temperatuurscenario’s?

Om een geloofwaardig net zero-traject tegen 2050 af te leggen, moeten we volgens Oxford Economics naar 470 dollar per ton, met daarbovenop gigantische investeringen. In de twee andere scenario’s, waarbij de temperatuur wordt gestabiliseerd rond 1,6° Celsius, gelden piekprijzen van 942 en 979 dollar per ton!  

Alternatief? We trekken de globale koolstofprijs op naar 40 dollar per ton. Maar zoals we in deel 1 zagen, leidt dat tot een opwarming met minstens 2,2° tegen 2060 en 3° tegen 2100. In het catastrofale scenario spreken we over temperaturen die stijgen met 2,7° en 4,4°, met een gigantisch fysiek risico tot gevolg.  

Schrikbarend ongelijk 

Wie de heatmap van jurisdicties bekijkt die al een koolstofprijs ingevoerd hebben, ziet hoe schrikbarend ongelijk die verdeeld is. Europa kleurt donkerrood, met een gemiddelde koolstofprijs van meer dan 80 dollar per ton als gevolg van het EU- emissiehandelssysteem (ETS) en de nationale koolstofbelastingen. Canada volgt met zijn Output-Based Pricing System met een prijs tussen 60 à 80 dollar per ton. Verder vinden we nog China met zijn eigen emissiehandelssysteem en het Australië Safeguard Mechanism. Maar wie verder over de kaart scant, ziet vooral lege vlekken: de Verenigde Staten hebben op federaal niveau nagenoeg geen prijszetting, en het gros van Zuid-Amerika en Afrika blijven wit. 

Europa loopt voorop

Diezelfde ongelijkheid zien we in de inkomstencijfers: van de 107,5 miljard dollar aan wereldwijde koolstofinkomsten in 2025 (80,3 miljard uit emissiehandel, 27,2 miljard uit koolstofbelastingen) komt ruwweg driekwart uit Europese kokers, met het EU ETS als absolute uitschieter. De twee onderliggende mechanismen zijn overigens fundamenteel verschillend: bij een ETS legt de overheid een plafond op de totale uitstoot, waarna bedrijven onderling rechten verhandelen zodat de prijs uit vraag en aanbod ontstaat. In het geval van een koolstofbelasting legt de overheid gewoon rechtstreeks een tarief op, zonder marktspel. Wereldwijd bestaan er 37 ETS’en en 43 koolstofbelastingen naast elkaar. Die lappendeken verklaart mee waarom de prijzen op de kaart zo uiteenlopen. 

De conclusie schrijft zichzelf: dit is geen pleidooi om Europa nog harder te laten lopen. Europa loopt al genoeg, misschien zelfs wel té hard in verhouding tot de rest. Het is een oproep aan de rest van de wereld om eindelijk mee te lopen in plaats van achterop te blijven zwaaien. En snel, willen we nog een minimale kans maken om de opwarming onder de 2° te houden.