Klimaattransitie deel 1: de prijs van klimaat(in)actie

5

Klimaatbeleid wordt graag verkocht als een morele keuze. Economen weten beter: het is in de eerste plaats een prijsvraag. Hoeveel moet een ton CO2 kosten om gedrag écht te veranderen en de CO2-emissie naar omlaag te halen? Wie betaalt het gelag als we die vraag te lang laten liggen? De cijfers van de denktank Oxford Economics geven daar een eenduidig antwoord op: uitstel is de duurste optie op het menu, niet de goedkoopste.  

Dit moet u onthouden: 

  • Een klimaattransitie die erin slaagt om de temperatuur te stabiliseren, voelen we in onze portefeuille.  
  • Innovatie leidt tot productiviteitswinsten en een duurzame hogere groei. 
  • Bij een ongewijzigd beleid met minimale investeringen nemen de fysieke risico’s toe. 
  • Het jaarlijkse aantal hittegolfdagen zal in België tegen 2050 stijgen van 4 naar 18. 
  • Een snelle klimaattransitie is het goedkoopst. 

Wat gebeurt er met de economie naarmate de koolstofprijs stijgt?  

Laten we eerst eens kijken naar de koolstofprijs zelf. De consensus gaat uit van een minimale globale koolstofprijs van 50 à 100 dollar per ton - vandaag (!) – om enige kans te maken op een succesvolle transitie richting ‘net zero’ in 2050. Die prijs loopt na 2030 aanzienlijk op naar 400 tot zelfs 900 dollar per ton tegen 2060, afhankelijk van het door Oxford Economics gekozen transitiescenario. Vergelijk dat met het basisscenario, waarin de huidige koolstofprijs van 7 dollar per ton klimt naar amper 40 dollar, om daar te blijven hangen. Een echte klimaattransitie waarbij we erin slagen om de temperatuur min of meer te stabiliseren, voelen we in onze portefeuille. Laat u niets anders wijsmaken. 

Wat gebeurt er met de economie naarmate de koolstofprijs stijgt? De hogere prijzen van koolstofintensieve producten slaan door in inflatie, en dat vreet aan het reële inkomen. In de grafiek vertaalt zich dat in een verhoogd klimaatrisico.  

Net Zero-scenario  

In het Net Zero-scenario duikt het wereld-bbp dus eerst onder het basisscenario, net zoals in het Net Zero Transformation- en Delayed Transition-scenario (de curves in de grafiek zakken alle drie eerst weg voor 2040). Naarmate de economie zich herschikt, weg van belaste fossiele bronnen, en de temperatuur niet verder oploopt, keert het tij. Tegen 2060 staat het Net Zero Transformation-scenario zelfs 12% cumulatief boven het basisscenario, gevolgd door Net Zero met 4% en het tragere Delayed Transition met 3%. Tegen 2100 lopen die verschillen op tot respectievelijk 22%, 8% en 3%.   

Net Zero Transformation-scenario 

Het positieve resultaat in Net Zero Transformation is vooral te danken aan innovatieopbrengsten, niet aan de koolstofprijs zelf. Integendeel zelfs: aanzienlijke investeringen in lagekoolstoftechnologieën zorgen ervoor dat de koolstofprijs maar half zo hoog moet opgetrokken worden dan in het Net Zero-scenario. Innovatie leidt tot productiviteitswinsten en een duurzame hogere groei. Het is een beetje zoals sporten: de eerste weken doen de spieren pijn, maar wie volhoudt (en niet overdrijft) wint conditie die de instapkost ruimschoots compenseert. 

Delayed Transition-scenario  

In het Delayed Transition-scenario talmen we te lang met het optrekken van de huidige koolstofprijzen. Dat vergt uiteindelijk een veel abruptere prijsstijging én een hardnekkigere inflatiepiek dan de geleidelijke paden. De temperaturen lopen met +1,7° Celsius tegen 2060 (tegenover het pre-industriële tijdperk) ook iets hoger op dan de +1,6° Celsius in beide Net Zero-scenario’s. De curve voor Delayed Transition blijft langer onder het basisscenario hangen (nul in de grafiek) dan de andere twee, voor ze er uiteindelijk toch – karig – bovenuit komt. 

Fysiek risico  

Het ontnuchterendste plaatje blijft dat van een ongewijzigd beleid met minimale investeringen. Zowel in het basisscenario als in ‘Climate Distress’ en ‘Climate Catastropy’ nemen de fysieke risico’s toe. In dat laatste catastrofescenario loopt de opwarming op tot 2,7°C tegen 2060. Toenemende globale koolstofemissies duwen de temperatuur verder in een opwaartse spiraal richting plus 4,4° Celsius tegen 2100.  

Meer extreme weerevents  

Die stijgende temperaturen leiden tot meer extreme weerevents. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij zal het jaarlijkse aantal hittegolfdagen in België tegen 2050 stijgen van 4 (het gemiddelde van 2000 tot 2019) naar 18. En tegen 2100 mogelijk naar 50 dagen per jaar. Hittegolven drukken ook de arbeidsproductiviteit. De grafiek toont een wereld-bbp dat tegen 2060 tot 35% onder het basisscenario kan uitkomen. De jaarlijkse groei wordt vanaf 2041 negatief.  

Snel is het goedkoopst  

Samen vertellen die cijfers een simpel verhaal: een snelle klimaattransitie is het goedkoopst. Tijdens de transitie drukken hogere prijzen tijdelijk op onze koopkracht, maar daarmee vermijden we wel de veel duurdere fysieke en onomkeerbare schade van een verder opwarmende planeet. Uitstel levert geen goedkopere rekening op, alleen een latere én steilere. Of zoals een accountant het zou zeggen: rente op onbetaalde schulden stopt niet met tikken omdat je de brief niet opent.