Zijn vertrouwensenquêtes nog altijd betrouwbaar?

5 min

De markten volgen de vertrouwensenquêtes nauwlettend op om zich een beeld te vormen van de economische vooruitzichten. Maar ze lijken de jongste tijd minder betrouwbaar te worden. 

Hoe evolueren de vertrouwensindicatoren in de Verenigde Staten?

Consumenten in de Verenigde Staten maken zich zorgen, vooral door de inflatie. De economische groei blijft tegelijkertijd kwartaal na kwartaal net boven 2%. Die groei wordt gedragen door de consumptie en de massale investeringen in artificiële intelligentie (AI). 

De enquêtes van The Conference Board en de University of Michigan, de 2 belangrijkste consumentenbarometers, wijzen momenteel op vertrouwensniveaus die typisch zijn voor een recessie. Zulke lage niveaus werden de afgelopen decennia maar 3 keer opgetekend. Dat gebeurde na het uiteenspatten van de internetzeepbel in 2001; tijdens de wereldwijde financiële crisis van 2008 en op het hoogtepunt van de coronapandemie. Dezelfde kloof is zichtbaar in de vertrouwensindicatoren van ondernemers. De zogenaamde ISM-enquêtes - dat zijn maandelijkse bevragingen bij aankoopmanagers – kondigden sinds de pandemie herhaaldelijk een recessie aan. Maar die kwam er uiteindelijk nooit. 

Vanwaar komt het pessimisme van de Amerikaanse consument?

De kloof tussen de vertrouwensenquêtes en de economische realiteit valt grotendeels te verklaren door de manier waarop huishoudens de economische situatie aanvoelen.  

Zo is de economische groei in de Verenigde Staten in 2026 onder Donald Trump even sterk als in 2024 onder Joe Biden. Maar de enquête van Amerikaans onderzoeks- en adviesbureau Gallup, die het vertrouwen van burgers in het economische klimaat meet, toont toch een totaal ander beeld. Bij de Democraten kelderde de index in anderhalf jaar van +7 naar -76. Bij de Republikeinen steeg hij van -42 naar +41. Dat wijst op een uitgesproken optimisme. De politieke voorkeur en de persoonlijkheid van de president beïnvloeden dus sterk hoe burgers naar een vergelijkbare economische situatie kijken. 
 
Een andere verklaring ligt in de invloed van sociale media op het gemoed van de huishoudens. Deze kanalen confronteren gebruikers voortdurend met succesvolle en gelukkige mensen, die hun prestaties en levensstijl delen. Dat zet het eigen welzijn vaak onder druk en versterkt het pessimisme over de persoonlijke economische situatie.  

Welke impact heeft de toenemende ongelijkheid op het vertrouwen van gezinnen en ondernemingen? 

De toenemende ongelijkheid in de Verenigde Staten vergroot ook de kloof tussen de individuele ervaringen en de algemene evolutie van de economie. 
In tegenstelling tot de bbp-groeicijfers voor de hele economie, kennen vertrouwensenquêtes evenveel gewicht toe aan elk antwoord. En toch wordt die economische groei almaar meer gedragen door de uitgaven van een beperkte groep. De 10% rijkste Amerikanen zijn volgens schattingen vandaag goed voor ongeveer de helft van alle consumptie-uitgaven. 30 jaar geleden was dat maar een derde. 
 
Bovendien nam het vertrouwen van de meest welgestelde Amerikanen recent toe dankzij de sterke stijging van de aandelenmarkten. Het vertrouwen bij huishoudens met een lager inkomen verslechterde. De hardnekkige inflatie treft hen dan ook veel harder. Uit cijfers van Gallup blijkt dat het aandeel consumenten dat aangeeft financieel nadeel te ondervinden van de inflatie, steeg van 10% vóór 2021 tot ongeveer 40% vandaag. 

 
Hetzelfde mechanisme speelt waarschijnlijk ook bij de vertrouwensenquêtes bij ondernemingen. Daar krijgen de antwoorden van multinationals en grote beursgenoteerde ondernemingen hetzelfde gewicht als die van kleine en middelgrote ondernemingen. Hun economische impact verschilt nochtans sterk.  

Zijn vertrouwensindicatoren dan nutteloos geworden? 

De Amerikaanse Federal Reserve begint ook te twijfelen aan de voorspellende waarde van vertrouwensenquêtes. Voormalig Fed-voorzitter Jerome Powell merkte ooit op dat Amerikanen zich dan wel "pessimistisch" uitlaten over de economie, maar daarna toch gewoon een nieuwe auto kopen. 
 
De resultaten van deze enquêtes weerspiegelen ongetwijfeld de frustratie over de structurele tekortkomingen van een economisch systeem. Dat speelt volgens velen de rijksten en de grootste ondernemingen in de kaarten. Zolang dat systeem niet verandert en niet eerlijker wordt, zullen indicatoren van het economisch vertrouwen waarschijnlijk minder voorspellende waarde hebben dan vroeger.