Hoe vrouwelijk is de toekomst van de arbeidsmarkt?

5 min

De Belgische economie is de afgelopen 2 eeuwen geëvolueerd van een agrarische via een industriële tot een kenniseconomie. Scholing is almaar belangrijker geworden. Vandaag domineren hooggeschoolden de arbeidsmarkt. En de meerderheid daarvan zijn vrouwen. Toch is hun inhaalbeweging nog niet afgelopen als we kijken naar de bestuursniveau’s in bedrijven, al zijn er vandaag wel steeds meer vrouwelijke ondernemers.

De toekomst van de arbeidsmarkt: meer vrouwelijke ondernemers?

Een lesje geschiedenis

De Belgische economie veranderde danig de voorbije jaren. Het economische verhaal van België begint bijna 200 jaar geleden. Op dat moment werkt de meerderheid van de inwoners in de landbouwsector, de primaire economie.

De industriële revolutie verandert dat drastisch. Tegen het einde van de 19e eeuw neemt nijverheid de fakkel over. De secundaire economie, met de bouw- en industriesector voorop, is een motor van tewerkstelling. Anderzijds zorgt een toename van de productiviteit en handel ervoor dat er steeds minder mensen nodig zijn om al onze landgenoten van voedsel te voorzien.

Ondanks twee wereldoorlogen zorgen latere innovatieve technologieën ook in de primaire sector voor sterke productiviteitswinsten. Er komt steeds meer arbeid beschikbaar in de snelgroeiende sector van de dienstverlening, de tertiaire sector. Ook vandaag zorgt de dienstensector voor de meeste tewerkstelling en het grootste deel van ons Bruto Binnenlands Product (BPP).

Scholing weegt almaar meer door

Het steeds complexere takenpakket van onder meer ingenieurs en kenniswerkers in de moderne economie heeft een weerslag op het profiel van de Belgische werknemer. Waar de groep laaggeschoolden rond de eeuwwisseling nog het grootst is, neemt de gemiddeld geschoolde die rol over vanaf 2005. Nog eens ruim tien jaar later, vlak voor de covid pandemie, zijn hooggeschoolden de grootste groep op de arbeidsmarkt. De meerderheid van hen, zo’n 1,7 miljoen, zijn vrouwen.

Vrouwelijke inhaalbeweging

Ook al is de loonkloof en het glazen plafond nog niet volledig verdwenen, vandaag zien we dat ruim 1,4 miljoen hooggeschoolde vrouwen de boventoon voeren op onze Belgische arbeidsmarkt. Het is deze groep die het hardst bijdraagt aan de ambitie van de regering De Wever om de tewerkstellingsgraad op te krikken. Van de net geen 120.000 mensen die de afgelopen 12 maanden aan het werk gingen, waren er bijna 80.000 vrouwen.

Vertraagd effect

Tegelijkertijd blijven vrouwelijke bestuurders een minderheid. Het aandeel Belgische bedrijven met minstens één vrouwelijke bestuurder bleef de voorbije jaren nagenoeg constant, net onder de 40%. Daarbovenop komt dat in digitale bedrijven, die een pak sneller groeien dan gemiddeld, er nog minder vrouwelijke bestuurders zijn: amper 20% van de bedrijven telt minstens één vrouwelijk bestuurslid. De oorzaak daarvoor is niet eenduidig, maar een combinatie van historische, culturele en structurele factoren. Ondanks een grote instroom van vrouwen, blijft er vandaag dus nog een achterstand zichtbaar.

Meer vrouwelijke ondernemers

Hoopgevender is de sterke toename van vrouwelijke ondernemers de voorbije jaren. Terwijl AI inbeukt op onze klassieke economie, lijken jobs in dienstverband in zowel de private als de publieke sector steeds vaker geoutsourcet te worden aan zelfstandigen. Het aantal zelfstandigen op de Belgische arbeidsmarkt is de voorbije 20 jaar constant gegroeid, zelfs in volle covid-pandemie.

Uit de recentste cijfers blijkt bovendien dat de procentuele groei bij vrouwelijke zelfstandige ondernemers jaarlijks een stuk hoger ligt dan bij hun mannelijke tegenhangers. Sowieso valt op dat bij de jongere cohorten onder de 30 jaar, het genderverschil in ondernemerschap steeds kleiner wordt.

Is de toekomst aan de (vrouwelijke) zelfstandigen?