Verlaagd tarief vennootschapsbelasting (Ven.B.) en bezoldiging leidinggevenden: wat verandert er in 2026?
8 min
Het begrotingsakkoord van november 2025 van de federale Arizona-regering wijzigt de regels voor de toekenning van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting met betrekking tot de minimumbezoldiging van bedrijfsleiders. Wat is de concrete impact daarvan? Tom Van Coningsloo, Head of Tax Enterprises bij BNP Paribas Fortis, legt uit.
Nieuwe regels voor het verlaagde tarief: wat moet u onthouden?
- In België genieten kleine vennootschappen een verlaagd belastingtarief van 20% op de eerste €100.000 winst.
- Om van dat verlaagde tarief te profiteren, moet de jaarlijkse bezoldiging van minstens 1 bedrijfsleider een minimumdrempel bereiken.
- In 2026 zal die minimumloondrempel stijgen van €45.000 naar €50.000 (of moet die, zoals al het geval is, gelijk zijn aan de belastbare winst van de vennootschap).
- Die vergoeding mag niet meer dan 20% forfaitaire voordelen van alle aard (VAA) omvatten.
- Het minimumbedrag van €50.000 kan jaarlijks geïndexeerd worden volgens de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
- De wijzigingen zijn voorzien voor de inkomsten van 2026, maar zijn nog niet van toepassing omdat de wet daarover nog niet gestemd is.
Een verlaagd tarief van 20% voor kleine vennootschappen
"In België staat het belastingtarief voor de berekening van de vennootschapsbelasting vast. Dat is een groot verschil met de personenbelasting. Die is progressief, met een ander tarief voor elke inkomensschijf", legt Tom Van Coningsloo uit.
"De vennootschapsbelasting wordt dus berekend op basis van een standaardtarief van 25%. Dat is van toepassing op de volledige belastbare winst, ongeacht de omvang van die winst en de rechtsvorm van de vennootschap. Maar er is toch een uitzondering op die regel: kleine vennootschappen genieten een verlaagd tarief van 20%, enkel op de eerste €100.000 belastbare winst. Voor het deel van de winst dat de drempel van €100.000 overschrijdt, geldt het tarief van 25%.”
Wat is een kleine vennootschap?
Volgens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt uw onderneming beschouwd als een kleine vennootschap als ze niet meer dan 1 van deze 3 drempels overschrijdt, gedurende 2 opeenvolgende boekjaren:
- 50 medewerkers (voltijds equivalent en jaargemiddelde)
- Omzet van €11.250.000
- Balanstotaal van maximaal €6.000.000
Een andere belangrijke verduidelijking: in het geval dat vennootschappen met elkaar verbonden zijn, zijn die criteria geconsolideerd en globaal van toepassing, dus door de drempels van elk van de vennootschappen op te tellen.
Minimumbezoldiging bedrijfsleider: van €45.000 naar €50.000
Om het voordeel van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, moeten kleine vennootschappen aan bepaalde voorwaarden voldoen. De belangrijkste is gelinkt aan de bezoldiging van bedrijfsleiders.
"De jaarlijkse bezoldiging van minstens 1 van de bedrijfsleiders moet een minimumbedrag bereiken, opdat de kleine vennootschap het verlaagde tarief geniet op haar eerste schijf van €100.000 winst", verduidelijkt Tom Van Coningsloo. "Tot nu toe was dat minimumbedrag vastgelegd op €45.000 per jaar, maar door de maatregelen van de federale regering stijgt het naar €50.000. We wijzen er ook op dat starters vrijgesteld zijn van die verplichting rond het minimumloon tijdens hun eerste 4 boekjaren."
Wat houdt de bezoldiging van de bedrijfsleider in?
"De bezoldiging van de bedrijfsleider die hier in aanmerking genomen wordt, omvat wat de vennootschap hem of haar in cash en in natura toekent", voegt Tom Van Coningsloo eraan toe. "Het gaat dus om het brutoloon dat op zijn rekening gestort wordt en eventuele tantièmes, maar ook om forfaitaire voordelen in natura (VAA) zoals een bedrijfswagen, de terbeschikkingstelling van een bedrijfswoning of aandelenopties. Die globale bezoldiging is onderworpen aan de personenbelasting."
Wat is een "tantième"?
Een tantième is een bonus die een vennootschap aan bedrijfsleiders kan uitkeren op basis van de resultaten van het boekjaar, in zekere zin vergelijkbaar met een dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders. Dat bijkomende bedrag wordt toegekend na de afsluiting van het boekjaar waarop het wordt aangerekend. Dat gebeurt op de algemene vergadering die de jaarrekening goedkeurt en een bestemming geeft aan de gerealiseerde winst.
"Aangezien een tantième deel uitmaakt van de bezoldiging van de bedrijfsleider, kan het jaarbedrag van die bezoldiging achteraf aangepast worden, onder meer om de minimumdrempel voor het verlaagde tarief te bereiken", vult Tom Van Coningsloo aan. "Een voorbeeld: ik ben een bedrijfsleider en mijn bedrijf realiseert een grote winst in 2026. In 2027 kan de vennootschap beslissen om mij een tantième toe te kennen. Het bedrag wordt in 2027 uitgekeerd en is inbegrepen in mijn bezoldiging van 2027 als bedrijfsleider. Op vennootschapsniveau zal die tantième die de algemene vergadering in 2027 toekent echter nog verrekend worden met de resultaten van 2026."
Maximum van 20% voor VAA en jaarlijkse indexering van de bezoldiging
Een andere belangrijke wijziging: om in aanmerking te komen voor de berekening van de bezoldiging, mogen de forfaitair belaste voordelen van alle aard (VAA) niet meer bedragen dan 20% van het totaal van die bezoldiging van de bedrijfsleider. "Als er een groot VAA in de bezoldiging zit, bijvoorbeeld de terbeschikkingstelling aan de bedrijfsleider van een onroerend goed dat eigendom is van de vennootschap, moet de bezoldiging misschien verhoogd worden in de vorm van een loon dat in cash uitbetaald wordt", illustreert Tom Van Coningsloo.
Bovendien zal de minimumloondrempel om het verlaagde tarief te genieten voortaan geïndexeerd worden. Tom Van Coningsloo: "Sinds de verhoging van de minimale bezoldiging van €36.000 naar €45.000, effectief vanaf aanslagjaar 2019, bleef het minimumbedrag vaststaan op €45.000. Ook hier zullen de regels veranderen. Het minimum van €50.000 kan geïndexeerd worden op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen."
Inwerkingtreding nog altijd in afwachting van een stemming
De nieuwe regels bepaald in een wetsontwerp zouden van toepassing zijn op de inkomsten van 2026 (aanslagjaar 2027). Maar dat wetsontwerp is nog niet gestemd door de Kamer. "In afwachting van die stemming treden ze nog niet in werking. Maar zodra de wet erdoor komt, zullen de regels effectief zijn voor de boekjaren gekoppeld aan aanslagjaar 2027, die vaak al lopen", bevestigt Tom Van Coningsloo.
Maar wat moeten bedrijven en bedrijfsleiders doen in die onzekere context?
"Elke individuele situatie is specifiek en moet geanalyseerd worden met de boekhouder of fiscalist van de vennootschap. Een stemming en inwerkingtreding in 2026 zijn realistisch, dus het lijkt mij opportuun om al scenario's te overwegen die rekening houden met de nieuwe regels. Als het interessant blijkt om de bezoldiging aan te passen, kan dat bijvoorbeeld gebeuren via een verhoging van de bezoldiging in de laatste maanden van het jaar. Of zelfs via de toekenning van een tantième, die de bezoldiging van de bedrijfsleider aanvult. Het is ook interessant om de analyse niet strikt te beperken tot de fiscale gevolgen. Het ontvangen van een vergoeding als bedrijfsleider heeft bijvoorbeeld ook een impact op het wettelijk pensioen en op wat je kan storten in een Individuele Pensioentoezegging (IPT) of een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ).”
DBI-beveks, ook gekoppeld aan de bezoldiging van de bedrijfsleider
Tot slot nog een laatste verandering die ook te maken heeft met de nieuwe minimumbezoldiging van bedrijfsleiders. Al heeft die geen impact op het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting.
"Die verandering gaat over de DBI-beveks (Definitief Belaste Inkomsten). Veel bedrijven kiezen voor dat type belegging om hun liquiditeiten te laten renderen. Want zo kunnen ze gebruikmaken van het stelsel van definitief belaste inkomsten zonder aan alle opgelegde voorwaarden te moeten voldoen, zoals een minimale participatie van 10% of €2.500.000 in de vennootschap waarvan ze aandelen bezitten via de bevek. De dividenden uitgekeerd door de bevek zijn onderworpen aan roerende voorheffing van 30%. Maar die dividenden worden niet belast in hoofde van de vennootschap en de roerende voorheffing is recupereer- of verrekenbaar door de vennootschap op haar belastbare winst, wat een voordeel oplevert. Om van dat mechanisme van de verrekening van de roerende voorheffing te profiteren, moeten de vennootschappen nu ook aan minstens 1 van hun bedrijfsleiders een minimale bezoldiging toekennen van €45.000, of €50.000 zodra de wet goedgekeurd wordt. Die bepaling over het principe van niet-verrekening werd gestemd en is dus al volledig van toepassing", besluit Tom Van Coningsloo.


