AI: motor van de economie?

5 min

Vorig jaar al bleek het belang van AI-investeringen voor de Amerikaanse groei. Met de gedetailleerde investeringscijfers die de Nationale Bank van België recent vrijgaf voor 2025 kunnen we ook voor ons land die oefening maken. En wat blijkt? Ook bij ons is er een positief effect. Bovendien spenderen Belgische bedrijven én individuen steeds vaker zelf om de krachtigste LLM’s te kunnen gebruiken.

De Amerikaanse economie vaart wel bij de AI-buildout

Onderstaande grafiek toont de groeibijdrage van investeringen in software, datacenters, elektriciteitsinfrastructuur en computerapparatuur in de VS. Samen waren die in het tweede kwartaal van 2025 goed voor ongeveer 1 procentpunt van de geannualiseerde bbp-groei. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg de bijdrage nog 0,73 procentpunt. Opvallend: zonder correctie voor de invoer van computers en aanverwante apparatuur zou dat laatste cijfer oplopen tot 1,18 procentpunt. Veel AI-hardware wordt immers buiten de VS geproduceerd.  

Hoe zit het in België?

De auteurs van de grafiek hanteren een ruimere aanpak dan Jason Furnam. Die Amerikaanse econoom becijferde vorig jaar nog dat AI-gerelateerde uitgaven goed waren voor bijna alle groei in het eerste semester van 2025. Hij koos computers & hardware, telecom en software/databases als relevante activa en berekende hoeveel er in geïnvesteerd werd.
 
Op basis van de recent geüpdatete NBB-cijfers kunnen wij de oefening herhalen voor België. Daaruit blijkt dat AI in 2025, het recentste jaar waarvoor de cijfers beschikbaar zijn, goed was voor ongeveer 0,2 procentpunt bijdrage aan een totale groei van 1%. Een lichte vertraging ten opzichte van 2024, maar nog altijd aanzienlijk, zeker in verhouding tot de totale bijdrage van bedrijfsinvesteringen.

Net als in de VS, moeten we wel rekening houden met het feit dat een groot deel van de investeringsgoederen niet in het binnenland vervaardigd worden. De geassocieerde invoer, waarover vandaag publiek geen cijfers circuleren, moet in mindering gebracht worden om het netto-effect op de economische groei te duiden. Een punt dat natuurlijk ook geldt voor ‘gewone’ bedrijfsinvesteringen.

AI-adoptie in België

Het leidt echter geen twijfel dat artificiële intelligentie steeds meer impact heeft op de Belgische economie. Volgens Statbel gebruikte in 2025 al 34,5% van de ondernemingen minstens één AI-technologie, tegenover amper 13,8% twee jaar eerder. Bij grote bedrijven loopt dat aandeel zelfs op tot ongeveer 75%. Vooral toepassingen die geschreven taal analyseren, zijn populair: bijna een kwart van de ondernemingen maakt er gebruik van. De cijfers hebben betrekking op bedrijven met minstens tien werkzame personen.
 
Wat die snelle adoptie betekent voor de arbeidsmarkt, blijft voorlopig onzeker. Recent onderzoek van Gert Bijnens, Anders Humlum en Stijn Vanormelingen biedt alvast stof tot nadenken. De onderzoekers tonen op basis van Belgische gegevens aan dat investeringen in nieuwe machines vooral extra vraag naar hooggeschoolde werknemers creëren bij externe leveranciers, en veel minder bij de investerende bedrijven zelf. Mogelijk zien we met AI iets gelijkaardigs: bedrijven hoeven niet noodzakelijk zelf AI-specialisten aan te werven wanneer ze de technologie via externe aanbieders kunnen inschakelen.

Bedrijven halen hun portefeuille boven … en gezinnen ook

Ook in onze eigen betalingsgegevens zien we hoe AI aan belang wint. We onderzochten de betalingen van zakelijke klanten van BNP Paribas Fortis aan aanbieders van AI-modellen en -diensten. Daarbij vallen grote sectorale verschillen op. Dat was ook het geval in de vorige digitale revolutie, enkele jaren geleden. Ook toen duurde het bij bouwbedrijven en in de horeca bijvoorbeeld veel langer voor een eigen website de norm werd. Terwijl digitale bedrijven (softwareontwikkelaars, IT-consultants,…) net voorliepen op de rest. Vandaag zijn het diezelfde digitale bedrijven die het vaakst betalingen doen aan de grootste twee modelleveranciers. De voorbije 12 maanden ging het bedrag dat de Belgische bedrijven in onze steekproef daaraan spenderen maar liefst maal 4.
 
Opvallend is dat dezelfde evolutie zich nu ook bij particuliere klanten aftekent. Onderstaande grafiek toont welk percentage van de geanalyseerde individuen betaalt voor toegang tot de modellen van één van beide leveranciers. Ook daar zien we een flinke stijging over de laatste 12 maanden. Wel blijft het aandeel nog een stuk lager dan bijvoorbeeld betalingen voor video- of audiostreamingabonnementen.

AI lijkt daarmee niet alleen aan terrein te winnen op de werkvloer, maar ook in het dagelijkse leven. Steeds meer gebruikers blijken bereid te betalen voor toepassingen die enkele jaren geleden nog nauwelijks bestonden. Een feit dat de LLM-bouwers natuurlijk graag in de verf zetten, wanneer ze hun aankomende IPO’s aanprijzen.