AI & de arbeidsmarkt: zijn de Belgen terecht onbevreesd?

5 min

Een snelle adoptie van arbeidsbesparende technologie zal de werkloosheid doen opveren. Naast een flinke beursdip leidde de blogpost van Citrini tot veel kritiek vanuit techno-optimistische hoek. Dat AI de arbeidsmarkt verandert is vrij zeker. Nochtans is het sentiment over werkloosheid in België eerder positief dankzij vertrouwen in de regering De Wever. Dat neemt echter niet weg dat er een arbeidsmarkttransitie zit aan te komen.

Het onbekende fonds Citrini heeft de financiële markten wakker geschud met een recente blogpost en kreeg de wind van voren voor het tegendraadse scenario dat ze daarin schetsen. Ze stellen wel een onderbelichte dynamiek op scherp. Een snelle adoptie van arbeidsbesparende technologie kan de werkloosheid doen opveren. Toch ligt net vandaag de vrees voor werkloosheid in ons land lager dan ooit tevoren. Wat vertelt ons dat?

De knuppel in het hoenderhok

De blogpost van Citrini werd gevolgd door een flinke beursdip. Het negatieve toekomstbeeld in het schrijfsel diende voor veel beleggers als een Schellingspunt om hun opgepompte AI-verwachtingen enigszins bij te stellen. De schrijvers kregen het zwaar te verduren. Vooral vanuit techno-optimistische hoek werd er geschoten op Citrini. AI-enthousiasme temperen, zien de ‘tech bro’s’ als vloeken in de kerk. 

Meer mainstream commentatoren haastten zich in hun kielzog om te begrijpen of de distopische schets werkelijkheid kan worden. Want distopisch is een wereld met 10% of meer werkloosheid binnen dit en twee jaar zeker. 

Alleen al daarom zorgt Citrini voor een interessante aanzet. Grote reorganisaties werden de voorbije maanden steeds vaker – al dan niet expliciet – gekoppeld aan een verhoogde inzet op AI-toepassingen. Recent onderzoek toont ook aan hoe bedrijven uitgaven verschuiven van personeelskosten naar AI-dienstverleners.

Sentiment: rooskleurig

Dat AI de arbeidsmarkt verandert leidt dus weinig twijfel. Maar maken we ons vandaag te weinig zorgen over een dreigende werkloosheid? De voorbije maanden toonden Belgische gezinnen zich elke maand een stukje optimistischer in de consumentenbevraging van de Nationale Bank van België (NBB). In die bevraging wordt ook gepeild naar de vrees voor werkloosheid de komende 12 maanden. Onderstaande grafiek toont hoe die vrees, gemeten als het aandeel pessimisten tegenover optimisten, de voorbije maanden evolueerde. Een negatief getal geeft aan dat er een lagere werkloosheidsvrees is.

Begin vorig jaar rapporteerden we al over een tijdelijke dip. Die bleek toen te wijten aan de communicatie van de nieuwe regering, aldus de NBB. Maar sindsdien kregen de optimisten almaar meer de bovenhand. Begin dit jaar lag de vrees voor toegenomen werkloosheid in ons land op het laagste peil ooit. En dat is best opvallend. 

België staat alleen

Want naast het toegelichte disruptieve potentieel van AI op de arbeidsmarkt de komende jaren, lijkt België grotendeels alleen te staan binnen de Europese Unie. In buurlanden, waar economische cycli doorgaans behoorlijk parallel lopen, verslechterde het werkloosheidssentiment wél de voorbije maanden. Hoe is dat te verklaren?

Perceptie versus realiteit

Navraag bij de NBB leert ons dat verschillende respondenten aan de telefonische enquêteurs aangaven dat de werkloosheid zal dalen ten gevolge van het regeringsbeleid. 

De kans dat het aantal werklozen afneemt, lijkt vandaag echter niet bijster groot. De werkloosheidsgraad zal eerder stijgen. Dat is een gevolg van waar we ons bevinden in de conjunctuur. We gaan uit van een zachte landing, maar dat impliceert nog steeds een hogere werkloosheidsgraad en dus meer werklozen. 

Mogelijks speelt er hier begripsverwarring. In de volksmond zit iemand “in de werkloosheid”, als die een uitkering krijgt. De regering De Wever heeft de vermindering van de werkloosheidsuitkeringen centraal gesteld. We zien vandaag al een evolutie die lijkt op die uit de sentimentsbevraging. Het aantal uitkeringsgerechte werklozen daalde inderdaad begin dit jaar. En die daling zal zich vermoedelijk verderzetten, naarmate de aangekondigde besparingsmaatregelen gefaseerd actief worden.

 

Lessen voor de toekomst

Enerzijds lijkt de regering er dus in geslaagd haar kernambitie zodanig krachtig in de markt te zetten dat het consumentensentiment is verbeterd. Een straffe prestatie, hoewel die niet direct tot economische groei zal leiden.

Anderzijds noopt de AI-wapenwedloop wel degelijk tot bezorgdheid over een moeilijke arbeidsmarkttransitie. Wat dat laatste betreft is het beleidsrecept duidelijk. Een flexibele arbeidsmarkt, met een tijdelijk vangnet, helpt om zo’n transitie tot een goed einde te brengen.

In haar zopas verschenen Article IV benadrukt het IMF nogmaals het belang van de vooropgestelde arbeidsmarkthervormingen. De economen van het fonds pleiten voor een onverwijlde inzet op het verwerven van vaardigheden en het matchen van werknemers met opportuniteiten.

Zal de regering slagen in deze opdracht? De ondervraagden lijken er alvast alle vertrouwen in te hebben.