Gemengde signalen uit Duitsland
5 min
Europa hoopt dat de Duitse plannen om meer te investeren in het land en het te moderniseren en herbewapenen een aanzuigeffect zullen hebben. Maar slaat na minder dan een jaar sinds het aantreden van de nieuwe bondskanselier de twijfel al toe?
De komst van de Duitse kanselier Friedrich Merz in mei 2025 stuurde een golf van optimisme door Europa. Vooral toen hij het beheer van de overheidsfinanciën grondig veranderde door de fameuze 'schuldenrem', die Angela Merkel zo dierbaar was, te hervormen. Duitsland kondigde aan dat het zijn reserves zou aanspreken om de economie te moderniseren en zich te herbewapenen om de terugtrekking van de Verenigde Staten uit de Europese defensie op te vangen. De redenering toen, was dat de Duitse locomotief 2.0 op de sporen stond en dat de buren daar ongetwijfeld van zouden profiteren, zoals in de goede oude tijd.
Koude douche
Nochtans heeft de Duitse regering haar bbp-groeiverwachtingen voor de komende twee jaar net verlaagd. De grootste Europese economie heeft moeite om zich te herstellen van een lange periode zonder groei. In zijn laatste economische vooruitzichten van enkele dagen geleden, voorspelt het ministerie van Economie dat het Duitse bbp dit jaar met 1% in reële termen zal stijgen. In oktober werd er nog uitgegaan van 1,3%. Voor 2027 verwacht het een groei van 1,3%, tegenover 1,4% in oktober.
Die verlaging versterkt onvermijdelijk de zorgen over de soliditeit van het Duitse herstel, ondanks de goede intenties van kanselier Merz. Meer en meer wordt de vraag gesteld of een expansiever Duits begrotingsbeleid zal volstaan om het sentiment te herstellen in een structureel zwakke economie die geconfronteerd wordt met grote uitdagingen: energiekosten, administratieve rompslomp en sleutelsectoren in crisis, zoals de automobielindustrie en de chemie.
De minister van Economie erkent dat de verwachte begrotingsstimuli niet zo snel gerealiseerd zijn als verwacht, ook al zijn er steeds meer bewijzen van vooruitgang. Ze wijst op verbeteringen in de industriële productie en een toename van de orderboeken. We spreken nu eerder van een bescheiden groeiherstel na jaren van stagnatie.
Het historische herstelplan heeft niet geleid tot een belangrijke opvering van het vertrouwen in de privésector: de sterk gevolgde Ifo-bedrijfsklimaatindex stagneerde in januari, na twee maanden van dalingen. Een koude douche voor de hoop op een uitzonderlijk herstel van de Duitse economie.

Inspanningen blijven onder de verwachtingen
Ondanks de verlaging van de groeivooruitzichten blijft de regering optimistischer dan de Bundesbank. Die waarschuwde in december dat het land "duidelijk in recessie is sinds eind 2022" en verwacht dit jaar een groei van amper 0,9%. Uit de recente cijfers over de overheidsuitgaven van 2025, blijkt bovendien dat Berlijn moeite heeft om zijn investeringsplannen uit te voeren. De federale investering moest €115 miljard bedragen, maar klokte uiteindelijk af op slechts 86,8 miljard. Dat is weliswaar een stijging van 17% op jaarbasis, maar blijft ver onder de verwachtingen.
Waarom?
De meeste analisten menen dat die vertragingen te wijten zijn aan de laattijdige goedkeuring van de begroting na de verkiezingen, aan de beperkte administratieve capaciteiten - met name om aanbestedingen en complexe projecten te lanceren en af te ronden - en ook aan institutionele beperkingen. Ondanks de versoepeling van de 'schuldenrem' zijn er nog altijd strikte processen om kredieten aan te gaan en uit te geven.
Toch blijft de toekomst veelbelovend, omdat die obstakels uiteindelijk zullen verdwijnen en de publieke wil om de investeringen aanzienlijk te verhogen intact is gebleven. Maar wat met de privésector en het door de Europese buren verwachte aanzuigeffect?
Sommige sectoren zeggen grote moeilijkheden te hebben om te blijven investeren in Europa, en dus ook in Duitsland. Dat is onder meer het geval voor de chemische industrie, die net heeft aangekondigd dat de investeringen in Europa in 2025 met meer dan 80% zijn gedaald en dat steeds meer fabrieken de deuren sluiten. De Europese Raad voor de Chemische Industrie (CEFIC) rechtvaardigt deze cijfers door de hoge energieprijzen, de verstikkende bureaucratie in Europa en de spectaculaire uitbreiding van de Chinese import.
Europese wil, maar grote uitdagingen
De Europese Commissie stelde vorige zomer een beleidsdocument voor met acties die ze zal ondernemen om de chemische sector te ondersteunen. Daaronder ook de inspanningen om kritieke producten en productielocaties aan te wijzen om de financiering te helpen coördineren, om het verkrijgen van vergunningen voor industriële locaties te versnellen en het toezicht op de handelsstromen te verbeteren.
De energieprijzen, die na de invasie van Oekraïne zijn ontploft, zijn goed voor ongeveer 75% van de productiekosten van de petrochemie en blijven hardnekkig hoog. De geleidelijke afschaffing van Russisch gas, dat de EU tegen 2027 wil verbieden, heeft ervoor gezorgd dat Europa afhankelijk is geworden van de wereldmarkten voor duurder vloeibaar aardgas. Bedrijven worstelen ook met de ambitieuze ecologische agenda van de EU. Die verplicht de lidstaten ertoe om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, maar voert tegelijk enorme administratieve formaliteiten in om die doelstelling te behalen.
De reis zal lang en moeilijk zijn, maar waar een wil is, is een weg!
