Een kwestie van vertrouwen
3 min
Geen dag zonder dat het probleem van onze overheidsfinanciën ter sprake komt. Het begrotingsconclaaf komt eraan en de debatten lopen: minder uitgeven, akkoord. Maar waar? Belastingen verhogen, maar welke?
De kern van het probleem is gekend: het beheer van de overheidsfinanciën is al lang ongezond. Een gezin of bedrijf dat zijn budget op dezelfde manier zou beheren, zou bijna onmiddellijk failliet gaan. Laat ons even terugblikken om te zien of de situatie ooit al zo slecht was.
De jaren 90 en de Maastricht-criteria
Flashback naar de jaren 90 en de debatten over de eenheidsmunt. Om daar deel van uit te maken, moesten we voldoen aan een hele reeks criteria: de fameuze 'Maastricht-criteria', waaronder het onder controle houden van de overheidsfinanciën. Er werd toen bepaald dat het begrotingstekort niet meer dan 3% van het bbp mocht bedragen en dat de overheidsschuld 'voldoende snel' moest convergeren naar 60% van het bbp. Dat laatste criterium lijkt vandaag compleet utopisch, maar goed, elk tijdperk zijn normen en dromen …
Neemt niet weg dat België, dat absoluut deel wilde uitmaken van het 'eenheidsmuntavontuur', zijn overheidsschuld in enkele jaren tijd kon terugdringen van 140% naar 90% van het bbp! Toegegeven, er werden een aantal trucjes bovengehaald door enkele 'familiejuwelen' te verkopen en de cijfers een beetje op te smukken. Maar het resultaat was er, en dat was wat telde. De markten geloofden erin en België kon vanaf de start deelnemen aan de eenheidsmunt. Oef!
Het mooiste bewijs van dat vertrouwen was het verschil tussen de tienjaarsrente op Belgische schulden en de Duitse rente. Een verschil dat evolueerde van 133 basispunten in 1993 (België betaalde dus 1,3% meer dan Duitsland voor een schuld op 10 jaar) tot -24 basispunten in augustus 1997. Tot de vooravond van de financiële crisis in 2008 bleef dat verschil trouwens onder de 20 basispunten. Aan vertrouwen dus geen gebrek!

2008-2020: op drift na de crisis en de impact van covid
Sinds de financiële crisis van 2008 en covid zijn landen over de hele wereld steeds meer gaan uitgeven. Maar de inkomsten volgden niet. België was geen uitzondering. Fast forward naar vandaag: de schuld loopt snel op richting 110% van het bbp en het tekort overschrijdt 5% van het bbp. Ons land staat opnieuw op de radar door die slechte cijfers.
En het vertrouwen?
Het verschil tussen de Belgische en Duitse rentes loopt sinds 2008 weer op en bereikte in november 2011 zelfs een piek van 363 basispunten, in volle crisis van de Europese staatsschulden. Pas in 2015 viel het terug tot 50 basispunten, het huidige niveau.
Moraal van het verhaal
Als je de schuld en het tekort wil verlagen, kan dat. De andere les is dat het vertrouwen in het schuldenbeheer van België niet meer zo goed is als in de jaren 90, maar dat er - gezien het renteverschil - (nog) geen sprake is van een crisis. We weten wel dat de volatiliteit is toegenomen. Maar we mogen niet met vuur spelen: vandaag is 60% van de Belgische schuld in handen van buitenlanders, die zouden kunnen beslissen om hun aandelen door te verkopen als ze beginnen te twijfelen. De tienjaarsrente komt immers op 4% en de bbp-groei is veel te zwak. De vraag naar de houdbaarheid van onze schuld loert om de hoek!
