De geschiedenis herhaalt zich zelden op de markten
5 min
- De financiële markten ondergaan zware schokken, maar beleggers lijken het hoofd koel te houden.
- De crisissen van 2020 en 2022 illustreren dat de economie zo'n schok snel zou kunnen opvangen.
- Sommigen hebben echter een kort geheugen. De situatie van de overheidsfinanciën in 2026 is niet te vergelijken met die van vóór de eerdere schokken.
De financiële markten ondergingen zware schokken door het conflict tussen de VS en Iran. Dat leidde al snel tot een ontvlambare situatie in het Midden-Oosten en deed de prijzen van veel grondstoffen, vooral olie, de hoogte in schieten.
Deze crisis kwam, zoals vaak, uit de lucht gevallen. Maar wat de beurzen betreft was ze van korte duur. De meeste verliezen die in maart geleden werden, zijn ondertussen verdwenen. Toch blijft de situatie gespannen. De straat van Hormuz is nog altijd grotendeels geblokkeerd en de dreiging voor brandstoftekorten over een paar weken lijkt reëel.
Waarom blijven de beurzen zo kalm?
Heerst het gevoel dat op het niveau van de beurzen eerdere crisissen ook snel verdwenen, zowel in 2020 als in 2022? Of is het omdat de economieën het voldoende goed doen zodat de risico’s op een stagflatieval (recessie gecombineerd met hoge inflatie) als voldoende laag worden ingeschat?
Moeilijk te zeggen op dit moment, maar een ding is zeker: tijdens eerdere crisissen, waaronder die van 2008, hebben centrale banken en overheden buitensporig ingegrepen om te ‘voorkomen’ dat het schip zou zinken. De kapitaalinjecties waren enorm, tot het punt dat ze de balans van centrale banken met 9 vermenigvuldigden. Regeringen gaven op hun beurt zo veel overheidsgeld uit dat de overheidsschuldenratio in veel landen met meer dan 20% van het BBP verhoogde.
Na massale interventies, meer soberheid
Elke medaille heeft een keerzijde. Die Europese beleidsmaatregelen hebben geleid tot negatieve rentetarieven. Ook vandaag nog betalen we de prijs voor die budgettaire excessen die nog geruime tijd de speelruimte van de overheden zullen beperken. Discussies over mogelijke manieren om de schok van de stijgende energieprijzen op de koopkracht te beperken, illustreren mooi deze tijd van geforceerde soberheid.
Vandaag heerst dan wel optimisme op de aandelenmarkten, voor de obligatiemarkten is het een ander verhaal. Die lijken te vrezen voor een onvermijdelijke inflatiestijging die dezelfde schade kan veroorzaken als in 2022. De schok was toen zeer heftig na jaren zonder inflatie.
Roestige centrale banken
Destijds veroorzaakte de trage reactiesnelheid van de centrale banken ware paniek op die obligatiemarkten: binnen enkele weken steeg de rente op 10 jaar in België van 0% naar 3% en in de VS van 1% naar 4%.
Angst relativeren
Deze angst moeten we vandaag in perspectief plaatsen, want de geschiedenis herhaalt zich zelden. In 2022, toen de inflatie plotseling steeg, was het bijna 50 jaar geleden dat we een soortgelijke situatie meemaakten. We moeten al teruggaan naar de oliecrisis van 1979 om zo'n prijsstijging te zien. Het is daarom begrijpelijk dat in 2022 de reflexen wat roestig waren. De inflatiecijfers moesten een astronomisch niveau bereiken voordat centrale banken in actie kwamen. In de VS steeg de inflatie van bijna 0% naar 9% tussen 2021 en 2022 zonder dat de Fed bewoog. In Europa wachtte de ECB tot de inflatie 10% bereikte voordat ze haar basisrente verhoogde.
Wedden dat we deze keer niet zo lang moeten wachten? Wat toch eerder geruststellend is.
