Wat betekent het fiscale Arizona-akkoord voor uw bedrijf?
5 min
Ontdek de fiscale maatregelen van de Arizona-regering voor Belgische bedrijven: VVPRbis, liquidatiereserve, DBI, 6% btw en investeringsaftrek.
In het kort
- VVPRbis en de liquidatiereserve: harmonisatie van de stelsels
- Wijziging van het stelsel van de 'definitief belaste inkomsten' voor grote vennootschappen
- 6% btw op afbraak/heropbouw
- De gewijzigde investeringsaftrek
- Nieuws over de fiscaliteit van de groepsbijdrage
- De nieuwe belasting op DBI-beveks
- Einde van de vrijstelling van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen
- Minimale bezoldiging van bedrijfsleiders om het verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting te krijgen
DDe fiscale wetgeving verandert en brengt daardoor nieuwe opportuniteiten en regels voor ondernemingen met zich mee. Hieronder vindt u een samenvatting van de belangrijkste maatregelen die de regering heeft genomen of aangekondigd. Zo kan u anticiperen op de impact ervan op uw financiële en fiscale strategie.
Wat verandert er voor de VVPRbis en de liquidatiereserve?
Ter herinnering: kleine vennootschappen hebben onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om dividenden uit te keren tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing in plaats van het standaardtarief van 30%. Daarvoor zijn 2 regelingen beschikbaar: het VVPRbis-stelsel en de liquidatiereserve.
Het VVPRbis-voordeeltarief is enkel van toepassing op nieuwe aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013 (bij de oprichting van de vennootschap of een kapitaalverhoging). Ze moeten volledig volstort zijn en op naam staan, en kunnen (op enkele uitzonderingen na) niet worden overgedragen. Het VVPRbis-stelsel voorziet in dat geval dat de dividenden die kleine vennootschappen uitkeren, de volgende voordeeltarieven krijgen:
- 20% bij uitkering na een wachttijd van 2 jaar
- 15% bij uitkering na een wachttijd van 3 jaar of langer
Merk op dat voor inbreng en opbouw na 31 december 2025 het tarief oploopt naar 30%, als het dividend vóór de wachtperiode van 3 jaar wordt uitgekeerd.
Kleine vennootschappen kunnen er ook voor kiezen om hun winst na belastingen toe te wijzen aan een liquidatiereserve. Die verrichting leidt tot de betaling van een specifieke bijdrage van 10% op het ogenblik van de toekenning.
Bij de latere uitkering van die reserve wordt een bijkomende roerende voorheffing toegepast, met tarieven naargelang de verstreken termijn:
- 5% als de uitkering plaatsvindt na minimaal 5 jaar
- 20% indien ze plaatsvindt vóór het verstrijken van de termijn van 5 jaar
- 0% (geen voorheffing) als de reserve pas wordt uitgekeerd op het ogenblik van de definitieve vereffening van de vennootschap
De programmawet van 18 juli 2025 voert wijzigingen in om die 2 regelingen te harmoniseren. Voortaan wordt de minimale termijn om een verlaagd tarief te krijgen op de uitkeringen uit de liquidatiereserve, verlaagd van 5 naar 3 jaar. Daardoor wordt de regeling afgestemd op die van de VVPRbis. Maar het tarief van de roerende voorheffing dat op die uitkeringen wordt toegepast, stijgt van 5 naar 6,5%. Die wijzigingen hebben betrekking op de reserves opgebouwd vanaf 1 januari 2026. Voor de vóór die datum opgebouwde reserves beschikken de belastingplichtigen over een optionele regeling. Wanneer een uitkering plaatsvindt vóór het verstrijken van die 3 jaar, zal ze onderworpen zijn aan het standaardtarief van 30%, en dat in beide stelsels (VVPRbis en liquidatiereserve).
Bovendien wordt in het regeerakkoord over de begroting voor 2026 aangekondigd dat het effectieve belastingpercentage van de VVPRbis en ook de liquidatiereserve zal worden verhoogd van 15 naar 18% (de al opgebouwde liquidatiereserves zouden buiten schot blijven).
Hoe verandert de DBI-regeling voor vennootschappen?
Ontvangt en verwerkt uw vennootschap in haar belastbaar inkomen dividenden uit winsten waarop de uitkerende vennootschap al belast is? Dan geniet u de DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) en vermijdt u dus een dubbele belasting. Dit zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen:
- Uw vennootschap heeft een participatie in volle eigendom van minstens 10% in het kapitaal van de uitkerende vennootschap gedurende minstens 1 jaar.
Of - Uw vennootschap heeft een participatie in volle eigendom met een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen euro gedurende minstens 1 jaar. In dat tweede geval voegt de wetgever een bijkomende voorwaarde toe: wordt uw vennootschap beschouwd als een grote vennootschap, dan moet uw participatie verplicht worden geboekt als financiële vaste activa.
Het is de bedoeling om enkel grote vennootschappen die een duurzame en specifieke band willen opbouwen met hun dochterondernemingen, in aanmerking te laten komen voor het DBI-stelsel. Zo zullen heel wat patrimoniumvennootschappen of bedrijven uit de financiële sector in de toekomst voor sommige van hun investeringen het voordeel van deze maatregel geweigerd zien.
Wat zijn de voorwaarden voor 6% btw op afbraak/heropbouw?
Sinds 1 juli 2025 geldt voor de verkoop van gesloopte en vervolgens heropgebouwde woningen in de volgende gevallen een btw-tarief van 6%, zonder beperking in de tijd (en onder de algemene voorwaarden van het stelsel):
- De woning is bestemd om de enige en eigen woning te worden van de koper, die er onmiddellijk zijn of haar woonplaats in vestigt. De totale woonoppervlakte mag niet groter zijn dan 175 m². De bestemming moet behouden blijven tot 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikname.
- De woning is bestemd om te worden verhuurd aan een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij of een andere openbare of privé-entiteit met een sociaal doel. De bestemming moet behouden blijven tot 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikname.
- De woning van maximaal 175 m² is bestemd voor verhuur voor een lange termijn aan een persoon die zich er meteen domicilieert. De bestemming moet behouden blijven tot 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikname.
Als er niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, dan is de persoon die de woning verworven heeft, verplicht om het genoten fiscale voordeel te regulariseren.
Welke voordelen zijn er voor de investeringsaftrek?
De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen wijzigt de regels over de investeringsaftrek in het kader van de vennootschapsbelasting. Voortaan kan de basisinvesteringsaftrek zonder tijdslimiet worden overgedragen, terwijl die vroeger beperkt was tot jaar N+1 en zonder bedragslimiet. Die maatregel geldt voor alle categorieën van investeringen. Bovendien schrapt men de beperking die de cumul van de thematische investeringsaftrek met de gewestelijke steun verbiedt. De tekst schakelt ook de tarieven van de thematische investeringsaftrek voor kleine en grote vennootschappen gelijk op 40%.
Ook de afschrijvingsregels zouden het voorwerp uitmaken van een nieuwe maatregel, die nog moet worden bevestigd. Zo zouden bepaalde investeringen versneld kunnen worden afgeschreven. Het zou gaan om investeringen in onderzoek en ontwikkeling, in defensie en in energietransitie. De regeling zou van toepassing zijn op alle vennootschappen, hoewel grote vennootschappen er slechts voor een beperkte tijd gebruik van zouden kunnen maken. Met de regeling zou het eerste jaar 40% van de aanschaffingswaarde kunnen worden afgeschreven.
Bovendien zouden kmo's opnieuw de mogelijkheid krijgen om hun investeringen degressief af te schrijven.
Groepsbijdrage en aanpassing van het DBI-stelsel: conformiteit met de moeder-dochterrichtlijn
De fiscale consolidatieregeling biedt een winstmakende vennootschap de mogelijkheid om haar winsten geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een andere vennootschap van dezelfde groep die voor hetzelfde boekjaar verlieslatend is. Die verrichting, aangeduid onder de term 'groepsbijdrage', stelt een winstgevende vennootschap in staat om (een deel van) haar winst voor fiscale doeleinden door te schuiven naar een vennootschap van de groep die in hetzelfde boekjaar een verlies realiseerde. Zo vermindert de eerste vennootschap haar belastinglast en beperkt de tweede vennootschap het overdragen van haar verliezen naar de volgende boekjaren.
Maar als het bedrag van de overdracht het jaarverlies overschrijdt van de vennootschap die de bijdrage ontvangt, dan wordt het overschot beschouwd als een minimale belastbare grondslag. Daarop kan geen aftrek voor definitief belaste inkomsten (DBI) worden toegepast. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde echter dat die uitsluiting in strijd is met de moeder-dochterrichtlijn. Om aan die uitspraak tegemoet te komen, werd een wetswijziging aangenomen. Die staat voortaan de toepassing van de DBI-aftrek toe op het deel van de groepsbijdrage dat het jaarverlies overschrijdt.
Wat is de nieuwe belasting op DBI-beveks?
Wanneer uw vennootschap in een DBI-bevek belegt, krijgt u de fiscale voordelen van de DBI-aftrek, zonder de bijbehorende beperkingen (permanentie en minimale participatie). Een belegging waarop, volgens de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, voortaan een bijkomende belasting van 5% van toepassing zal zijn bij de realisatie van een meerwaarde naar aanleiding van een verkoop.
Maar die belasting van 5% op de meerwaarden zal in de meeste gevallen wellicht niet worden toegepast. Aangezien DBI-beveks niet genoteerd zijn op de secundaire markt, stappen beleggers er doorgaans uit via de inkoop van hun aandelen door de bevek zelf. Dat is een mechanisme dat niet als een belastbare 'verrichting' wordt beschouwd. Zo blijven de winsten (afkoop- of liquidatiebonussen) vrijgesteld van de nieuwe belasting, waardoor het belastingvoordeel grotendeels behouden blijft.
Bovendien zal het recht om de roerende voorheffing ingehouden op de dividenden die worden uitgekeerd door een DBI-bevek, te verrekenen met de vennootschapsbelasting afhankelijk zijn van de naleving van de minimale bezoldiging van de bedrijfsleider (45.000 euro op jaarbasis, of zelfs 50.000 euro als de aangekondigde maatregel uiteindelijk wordt goedgekeurd – zie hieronder).
Schrapping van de vrijstelling voor meerwaarden op bedrijfsvoertuigen
Tot voor kort gold een fiscale vrijstelling voor meerwaarden gerealiseerd op de verkoop van bedrijfsvoertuigen, zowel voor voertuigen bestemd voor het vervoer van personen tegen betaling als voor het vervoer van goederen. Om daarvan te kunnen profiteren, moest u het bedrag van de verkoop herinvesteren in een nieuw voertuig. Dat moest in het kader van uw economische activiteit worden gebruikt en in overeenstemming zijn met de milieu- en veiligheidsnormen die door de regelgeving zijn vastgelegd.
Die vrijstellingsmaatregel wordt geschrapt voor alle meerwaarden gerealiseerd vanaf 31 augustus 2025.
Wat is de verhoogde minimale bezoldiging van bedrijfsleiders om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting?
Momenteel krijgen kleine vennootschappen het verlaagd tarief (20%) op hun eerste 100.000 euro aan belastbaar inkomen, voor zover ze (onder andere) hun bedrijfsleider een minimale vergoeding van 45.000 euro toekennen. Als die drempel niet wordt bereikt, moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar inkomen van de vennootschap. Per jaar zou die minimumbezoldiging voortaan niet langer 45.000, maar 50.000 euro bedragen. De bezoldiging zou worden geïndexeerd en voor maximaal 20% mogen bestaan uit voordelen in natura. Die maatregel maakt in dit stadium enkel deel uit van het wetsontwerp voor de hervorming van de personenbelasting.
Andere fiscale voorstellen worden nog onderzocht en kunnen op korte termijn het voorwerp uitmaken van wetteksten of wijzigingen vóór de definitieve goedkeuring ervan. Wij volgen hun evolutie nauwgezet op en houden u op de hoogte zodra er verduidelijkingen of aanpassingen zijn.
In een steeds veranderende fiscale omgeving evolueren ook uw strategische en operationele behoeften. Onze teams analyseren voortdurend de wijzigingen in de regelgeving om u bij te staan met oplossingen op maat, afgestemd op de bijzonderheden van uw activiteit.
Hebt u twijfels of vragen? Uw relatiebeheerder staat voor u klaar om u te begeleiden bij uw strategische keuzes.
