Aedifica: kapitaalverhoging met onherleidbare toewijzingsrechten

Waarschuwing

Een belegging in Aandelen, het verhandelen van Onherleidbare Toewijzingsrechten en het verwerven van Scrips houdt belangrijke risico’s in. Beleggers worden aangespoord om zich vertrouwd te maken met het Prospectus, en in het bijzonder met de risicofactoren beschreven in het hoofdstuk ‘Risk factors’ in de Verrichtingsnota (pagina’s 8 tot en met 12), in het Universeel registratiedocument 2022 (pagina's 129 tot en met 139.) en in de Samenvatting van het Prospectus (pagina’s 2 tot en met 5), alvorens te beleggen in de Nieuwe Aandelen, te handelen in Onherleidbare Toewijzings-rechten of Scrips te verwerven, om een volledig inzicht te krijgen in de potentiële risico's en voordelen die verbonden zijn aan de beslissing om te beleggen in de effecten. De risicofactoren die op basis van een algemene evaluatie van de criteria van de Prospectusverordening en volgens de beoordeling van Aedifica over de materialiteit van het risico het meest belangrijk worden geacht, worden eerst gepresenteerd binnen elke categorie die in de bovengenoemde hoofdstukken met betrekking tot de risicofactoren wordt genoemd. Elke beslissing om, in het kader van het Aanbod, te beleggen in de Nieuwe Aandelen, om Onherleidbare Toewijzingsrechten te verhandelen of om Scrips te verwerven, moet gebaseerd zijn op alle informatie die in het Prospectus wordt verstrekt. Beleggers lopen het risico om hun belegde kapitaal volledig of gedeeltelijk te verliezen.

Aedifica NV is een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV) onder de vorm van een naamloze vennootschap die zich specialiseert in investeringen in Europees zorgvastgoed, met een bijzondere focus op huisvesting voor senioren met een zorgvraag. De onderneming kondigt een kapitaalverhoging aan voor een totaal bedrag van maximaal 380.400.904 euro.

Dit aanbod is voorbehouden voor bestaande aandeelhouders die Onherleidbare Toewijzingsrechten bezitten en andere houders van dergelijke rechten.

Inschrijving

De Inschrijvingsperiode loopt van 22 juni 2023 (9u) tot en met 29 juni 2023 (16u).

De houders van Onherleidbare Toewijzingsrechten kunnen inschrijven op de Nieuwe Aandelen in de volgende verhouding: 2 Nieuwe Aandelen voor 11 Onherleidbare Toewijzingsrechten, tegen een inschrijvingsprijs van 52 EUR per Nieuw Aandeel.

Belangrijkste kenmerken van het Aanbod

  • Emittent: Aedifica, een naamloze vennootschap en een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV) naar Belgisch recht
  • Verdeling: 2 Nieuwe Aandelen voor 11 Onherleidbare Toewijzingsrechten
  • Uitgifteprijs: 52 EUR per Nieuw Aandeel
  • Inschrijvingsperiode: van 22 juni 2023 (9u) tot en met 29 juni 2023 (16u)
  • Betaaldatum voor gedematerialiseerde aandelen of via scrips: 4 juli 2023
  • Betaaldatum voor bestaande aandelen op naam: uiterlijk op 29 juni 2023
  • Notering van de Nieuwe Aandelen: de verhandeling van de Nieuwe Aandelen op de gereglementeerde markt van Euronext Brussels en Euronext Amsterdam werd aangevraagd vanaf 4 juli 2023. De Nieuwe Aandelen krijgen, net als de bestaande Aandelen, de ISIN-code BE0003851681.
  • Onherleidbaar toewijzingsrechten: iedere Bestaande Aandeelhouder van Aedifica geniet van een Onherleidbaar Toewijzingsrecht per Aandeel dat hij op het einde van de beursdag van 21 juni 2023 bezit. De Onherleidbare Toewijzingsrechten zullen verhandelbaar zijn op de gereglementeerde markten van Euronext Brussels en Euronext Amsterdam tijdens de Inschrijvingsperiode onder ISIN-code BE0970183860.
  • Recht op dividend: de Nieuwe Aandelen geven recht op een dividend per Aandeel (indien er een uitkeerbare winst is) vanaf 4 juli 2023. Voor de Nieuwe Aandelen geldt een proratering. Meer informatie hierover vindt u in de Samenvatting op pagina 3 en verder.

Prospectus

Het Prospectus is samengesteld uit:

  • Het Registratiedocument, opgesteld in het Engels, bestaat uit
    • het Universeel Registratiedocument 2022, goedgekeurd op 4 april 2023 door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en
    • het URD Update Document (dat een wijziging vormt van het Universele Registratiedocument 2022 in de zin van artikel 9.7 van de Prospectusverordening), goedgekeurd op 20 juni 2023,
  • de Verrichtingsnota en de Engelse versie van de Samenvatting van het Prospectus, beide goedgekeurd op 20 juni 2023.

De goedkeuring van de FSMA mag niet worden beschouwd als een aanprijzing van de Nieuwe Aandelen, de Onherleidbare Toewijzingsrechten of de Scrips.

Vertalingen van de Samenvatting zijn beschikbaar in het Nederlands en het Frans.

De Emittent is verantwoordelijk voor de consistentie tussen de verschillende taalversies van de Samenvatting van het Prospectus. Onverminderd de verantwoordelijkheid van de Emittent zal, in geval van inconsistentie tussen de verschillende taalversies, de Engelstalige versie voorrang hebben.

Onverminderd hetgeen in het Prospectus is bepaald en de wettelijke geldigheidsduur van het Prospectus, kunnen de bovenvermelde Nederlandse en Franse vertalingen van de Samenvatting door beleggers worden gebruikt ten aanzien van de Vennootschap.

Deze documenten zijn gratis beschikbaar via de linken in de rubriek ‘Documentatie’ hieronder en op de website van Aedifica NV (https://aedifica.eu/investors/capital-increases/) en tevens bij de maatschappelijke zetel van Aedifica, Belliardstraat 40 (bus 11), 1040 Brussel (Tel. 02 626 07 70).

Kosten

  • Geen inschrijvingskosten: beleggers die willen deelnemen aan het Aanbod mogen zonder kosten en provisies inschrijven bij BNP Paribas Fortis.
  • Transactiekosten bij de aan- en verkoop van de Voorkeurrechten: maximaal 1% van het transactiebedrag, met een minimumbedrag van 2,50 euro.
  • Andere kosten: raadpleeg de brochure ‘Tarifering van de voornaamste effectenverrichtingen'  voor uitgebreide informatie over de andere kosten met betrekking tot de diensten die BNP Paribas Fortis aan haar klanten verleent (met name de transactiekosten op de secundaire markt en het bewaarloon).

Fiscaliteit

  • Belastingstelsel van toepassing op particuliere beleggers in België - Mogelijk, en onder voorbehoud van de bepaling van nadere modaliteiten in een uitvoeringsbesluit, kunnen de Aandeelhouders van Aedifica met ingang van 1 januari 2017 genieten van een verlaagde roerende voorheffing van 15% voor dividenden die worden uitgekeerd door een GVV, die tenminste 60% van haar vastgoed rechtstreeks of onrechtstreeks belegt in zogenaamd “zorgvastgoed” (nieuw artikel 269, §1, 3°) WIB). Dividenden uitgekeerd door een GVV die niet voldoet aan die criteria zijn momenteel onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%. De roerende voorheffing is bevrijdend voor particuliere beleggers.
  • Taks op beursverrichtingen (TOB) - Geen TOB van toepassing op de Aandelen op de primaire markt (dit is gedurende de inschrijvingsperiode). 0,12% TOB bij de verkoop en aankoop op de secundaire markt (maximaal 1.300 EUR per verrichting). De aan- en verkoop van de Onherleidbare Toewijzingsrechten vóór de afsluiting van de Inschrijvingsperiode is eveneens onderworpen aan de taks op de beursverrichtingen. Het toepasselijke tarief is 0,35% (maximaal 1.600 EUR per verrichting).

Aanwending van de opbrengsten van het aanbod

De netto-opbrengst van de Aanbieding kan, als er volledig op de Aanbieding wordt ingeschreven, worden geschat op ongeveer 374,36 miljoen EUR (na aftrek van voorzieningen en kosten in verband met de Aanbieding die ten laste zijn van de Vennootschap, zoals beschreven in de paragraaf 'Kosten in verband met de Aanbieding’ op pagina 7 van de Samenvatting). Deze netto-opbrengsten van de Aanbieding zullen in de praktijk door de Vennootschap worden gebruikt in drie verschillende stappen, die elkaar kunnen overlappen:

  1. Verdere versterking van de balans.
  2. Financiering van de verdere implementatie van de pijplijn.
  3. Nieuwe investeringsopportuniteiten nastreven in lijn met de strategie van Aedifica.

De gedetailleerde uitleg van de drie stappen staat beschreven op pagina 7 en verder van de Samenvatting van het Prospectus.

Ervan uitgaande dat er volledig wordt ingeschreven op de Aanbieding, uitgaande van de volledige uitvoering van de pijplijn zoals bedoeld in stap 2 en rekening houdend met de financiële strategie met betrekking tot een maximale schuldratio van maximaal 45%, kan het theoretische maximumbedrag aan nieuwe investeringen en ontwikkelingen worden geschat op ongeveer 380,79 miljoen EUR. In de praktijk zal de Vennootschap de bedragen en timing van de daadwerkelijke besteding van toegezegde en nog toe te zeggen investeringen en ontwikkelingen verder verfijnen, afhankelijk van, onder andere, de ontwikkeling van de schuldratio van de Vennootschap, de beschikbaarheid van aantrekkelijke ontwikkelings- en investeringsmogelijkheden, het afsluiten van overeenkomsten onder gepaste voorwaarden met potentiële verkopers en gebruikers (en de vervulling van eventuele opschortende voorwaarden), de netto-opbrengsten van de Aanbieding en de operationele inkomsten, kosten en uitgaven van de Vennootschap, de vervreemding van activa, toekomstige versterking van het eigen vermogen van de Vennootschap via andere middelen, de heersende marktomstandigheden, enzovoort.

Beleggen in deze Aandelen houdt risico’s in

Elke belegging in aandelen en verhandeling van onherleidbare toewijzingsrechten en scrips houdt belangrijke risico’s in. Beleggers lopen het risico om hun belegde kapitaal volledig of gedeeltelijk te verliezen.

Vooraleer in de aangeboden Aandelen te beleggen, te handelen in Onherleidbare Toewijzingsrechten of Scrips over te nemen, worden potentiële beleggers verzocht om kennis te nemen van het volledige Prospectus, en in het bijzonder van de risicofactoren die worden beschreven in het hoofdstuk ‘Risk factors’ in de Verrichtingsnota (pagina’s 8 tot en met 12), in het Universeel registratiedocument 2022 (pagina 129 tot en met 139) en in de Samenvatting van het Prospectus (pagina’s 2 tot en met 5), om de potentiële risico’s en voordelen in verband met deze belegging volledig te begrijpen.

Risico's eigen aan Aedifica

 

  • Financieringsrisico – Als GVV is Aedifica voor de financiering van haar activiteiten in grote mate afhankelijk van haar vermogen, en de voorwaarden waartegen ze in staat is, om fondsen te verwerven, hetzij door leningen, hetzij door eigen vermogen. Verschillende negatieve scenario's, zoals: (A) in het algemeen (i) verstoringen op de internationale financiële schuld- en aandelenkapitaalmarkten; (ii) een vermindering van de kredietverleningscapaciteit en/of -bereidheid van banken; (iii) een verlaging van de kredietwaardigheid van de Groep; en (B) meer specifiek (i) een stijging van de rentevoeten; (ii) een negatieve perceptie van investeerders ten aanzien van vastgoedbedrijven in het algemeen en/of het vastgoedsegment waarin de Groep investeert in het bijzonder, kunnen zich voordoen, waardoor het moeilijk of zelfs onmogelijk wordt om (tegen gunstige voorwaarden) nieuwe of hernieuwde schuld- en/of kapitaalfinanciering aan te trekken. Een aanzienlijke stijging van de financieringskosten van de Groep zal een impact hebben op de rendabiliteit van de Groep als geheel en voor nieuwe investeringen, terwijl onbeschikbaarheid van financiering op termijn kan leiden tot liquiditeitsproblemen.
  • Huurgelden en huurders – De volledige omzet van de Groep bestaat uit huurinkomsten van gebouwen die worden verhuurd aan professionele zorgverleners. Een somber economisch klimaat of andere factoren zoals bijvoorbeeld potentiële reputatie en/of regulatoire problemen kunnen een materiële invloed hebben op de capaciteit van de huurders van Aedifica om hun huur te betalen. Bijvoorbeeld, de energiecrisis heeft samen met de stijgende arbeidskosten geleid tot een daling van de rendabiliteit van de exploitanten, heeft hun marges onder druk gezet en kan bijgevolg hun capaciteit om huur te betalen verzwakken. In sommige gevallen kan de Groep, op verzoek van de huurder, besluiten de huur van bepaalde gebouwen (tijdelijk) te verlagen om de huurniveaus van de huurders opnieuw in evenwicht te brengen met hun toekomstige inkomstenpotentieel. Voorts kunnen nieuwe huurcontracten, wanneer huurders op een vervaldag vertrekken of wanneer het huurcontract afloopt, lagere huurgelden opleveren dan lopende huurcontracten. In het ergste geval kan een huurder in gebreke blijven en kunnen de huurinkomsten volledig verloren gaan, wat nog verergerd zou worden als er niet snel een nieuwe huurder kan worden gevonden en/of de nieuwe huurder om een huurvermindering vraagt. Dit risico zou een negatieve invloed hebben op de bedrijfs- en nettoresultaten van de Groep, en dus op de winst per aandeel en bijgevolg op het vermogen van de Vennootschap om dividenden uit te keren.
  • Reële waarde van het vastgoed – De reële waarde van vastgoedbeleggingen (geboekt in overeenstemming met de IAS 40-norm, op kwartaalbasis gewaardeerd door onafhankelijke waarderingsdeskundigen) varieert in de tijd en hangt af van diverse factoren waarover de Groep niet altijd volledige controle heeft (zoals een afnemende vraag, de technische kwaliteit van het gebouw incl. duurzaamheidsvereisten, een dalende bezettingsgraad, dalende huurinkomsten (zie ook risicofactor ‘Huurgelden en huurders’ hierboven), een stijging van de overdrachtsbelasting, stijgende rentevoeten (zie ook risicofactor ‘Financieringsrisico’ hierboven), een afnemende interesse van vastgoedinvesteerders, enz.). Een mogelijk waardeverlies van de vastgoedbeleggingen in exploitatie kan het nettoresultaat en de financiële situatie van de Groep negatief beïnvloeden.
  • Klimaatverandering – Klimaatverandering brengt verschillende uitdagingen met zich mee die van invloed zijn op de kwaliteit en de manier waarop woonzorgcentra moeten worden gebouwd om die uitdagingen het hoofd te bieden en ertegen bestand te zijn (extreme temperaturen zullen specifieke ventilatie- en temperatuurbeheersingsmaatregelen vereisen, terwijl toenemende extreme natuurverschijnselen en weersomstandigheden de toepassing van andere bouwtechnieken noodzakelijk zullen maken). Het voorgaande in combinatie met een steeds strengere regelgeving, de (toekomstige) heffing van CO2-uitstootgerelateerde belastingen op gebouwen als deze niet aan bepaalde eisen voldoen, bovenop de algemene verschuiving van de economie van fossiele brandstoffen naar een koolstofarmere economie, kan leiden tot een volledige herziening van de manier waarop gebouwen worden ontworpen, met hogere directe en indirecte investerings- en exploitatiekosten tot gevolg, die op hun beurt de rendabiliteit van nieuwe en bestaande gebouwen en dus van de Groep negatief zullen beïnvloeden. Deze potentiële uitdagingen kunnen ook leiden tot aanzienlijke extra investeringen in bestaande activa. Er wordt ook verwezen naar de risicofactoren 'Huurgelden en huurders' en 'Reële waarde van het vastgoed' hierboven.
  • Inflatie – De inflatie is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen in alle markten waarin de Groep actief is. Alle huurgelden van de Groep worden geïndexeerd (hoewel het indexeringsmechanisme verschilt van land tot land). Aangezien de WAULT van de Groep 19 jaar bedraagt, hangt de toekomstige evolutie bij ongewijzigde portefeuille van de huurinkomsten en de waardering van het vastgoed grotendeels af van de inflatie. De indexering die conform de indexeringsclausules moet worden toegepast, kan echter (i) afwijken van het werkelijke inflatiepercentage (bijvoorbeeld omdat de indexeringsclausule voorziet in een bovengrens op een niveau dat lager is dan de werkelijke inflatie op dat moment of op grond van onderhandelingen met de exploitant) en/of (ii) een vertraging hebben in de toepassing ervan ten opzichte van het tijdstip waarop de werkelijke inflatie plaatsvindt (bijvoorbeeld omdat de indexeringsclausule alleen voorziet in een indexering op bepaalde vaste tijdstippen). Inflatie zou ook een impact kunnen hebben op de kosten van bestaande/toekomstige projecten in de ontwikkelingspijplijn en dus op de groeivooruitzichten en/of de winstgevendheid van de Groep.
  • Schuldstructuur – Als Belgische GVV is Aedifica onderworpen aan strikte wettelijke financiële convenanten die voortvloeien uit de GVV-wetgeving, evenals aan contractuele financiële convenanten in haar financieringsovereenkomsten. Niet-naleving van die convenanten kan ingrijpende gevolgen hebben, waaronder: (i) sancties, bv. verlies van het GVV-statuut en/of strenger toezicht door de betrokken regelgever(s) indien de wettelijke financiële parameters (bv. drempel van 65% schuldgraad) zouden worden overschreden; (ii) een beëindiging of heronderhandeling van kredieten of verplichte vervroegde terugbetaling van uitstaande bedragen, evenals verminderd vertrouwen tussen de Groep en investeerders en/of tussen de Groep en financiële instellingen, in geval van (dreigende) niet-naleving van contractuele convenanten (bv. de drempel van 60% schuldgraad, convenant inzake negatieve pandrechten, convenant inzake interest cover ratio); (iii) een intrekking of verlaging van de investment-grade BBB-rating door S&P Global (bv. het niet op lange termijn kunnen handhaven van de drempel van 50% schuldgraad). Bovendien zouden sommige of al deze wanbetalingen schuldeisers in staat kunnen stellen om (i) een vroegtijdige terugbetaling te eisen van dergelijke schulden en van andere schulden waarvoor cross default of cross acceleration clausules gelden, (ii) alle uitstaande kredieten opeisbaar te verklaren en/of (iii) niet-opgenomen verbintenissen te annuleren. Uiteindelijk zou dit leiden tot verminderde liquiditeit (zie ook risicofactor ‘Financieringsrisico’ hierboven) of zou een desinvestering van activa nodig kunnen zijn om uitstaande leningen terug te betalen.
  • Wisselkoers – Op 31 maart 2023 verdient de Groep een deel van haar inkomsten en maakt de Groep een deel van haar uitgaven in het Verenigd Koninkrijk (ongeveer 20,2% van de nettohuuropbrengsten van de Groep) en Zweden (ongeveer 1,4% van de nettohuuropbrengsten van de Groep) en is daarom blootgesteld aan een wisselkoersrisico (respectievelijk £/€ en SEK/€). Toekomstige schommelingen in de wisselkoers kunnen van invloed zijn op de waarde van de vastgoedbeleggingen, de huuropbrengsten en het nettoresultaat van de Groep, die allemaal zijn uitgedrukt in euro.
  • Reputatierisico – Reputatie en zichtbaarheid zijn van cruciaal belang voor een BEL 20-bedrijf in volle groei. Naarmate de Groep groeit en internationaliseert, neemt de mogelijkheid en de impact van het risico op reputatieschade toe. Niet alleen moet Aedifica haar reputatie en zichtbaarheid beschermen in de verschillende landen waar ze actief is, haar rapportering wordt ook zorgvuldiger geanalyseerd door een steeds grotere groep beleggers en analisten. Ook de behandeling van bewoners door haar huurders, of de perceptie van zorgverleners in het algemeen, kan de reputatie van de Groep aantasten (zo kan bijvoorbeeld het schandaal met betrekking tot Orpea in verband worden gebracht met een daling van de beurskoers van Aedifica rond die periode (van 24 januari 2022 tot 7 februari 2022) met ongeveer 16%, ook al kwam destijds slechts 5% van de contractuele huurgelden van de Groep van door Orpea gehuurde gebouwen (BE: 2,5%; DE: 1,1%; NL: 1,1%)). Mocht Aedifica’s reputatie schade oplopen, dan kan dit haar groeiperspectieven aantasten en de toegang tot kapitaal bemoeilijken (zie ook risicofactor ‘Financieringsrisico’ hierboven).
  • Wijzigingen in regelgeving – Nieuwe wetgeving of wijzigingen in bestaande wetgeving (op Europees, nationaal of lokaal niveau) met een impact op de activiteiten van de Groep, de belastingheffing van de Groep, de (financiering van de) activiteiten van de huurders, en/of een wijziging in de toepassing of interpretatie van dergelijke wetgeving door de administratie (met inbegrip van de belastingdienst) of de rechtbanken, kunnen de (administratieve) kosten en verplichtingen van de Groep verhogen, en kunnen een belangrijke impact hebben op het rendement, de reële waarde van de vastgoedbeleggingen (zie ook risicofactor ‘Reële waarde van het vastgoed’ hierboven) en op de huurders en hun vermogen om huur te betalen (zie ook risicofactor ‘Huurgelden en huurders’). Een verlaagd tarief van de roerende voorheffing van 15% (in plaats van het standaardtarief van 30%) is van toepassing op dividenden uitgekeerd door GVVs die ten minste 80% van hun vastgoed rechtstreeks of onrechtstreeks investeren in 'gezondheidsvastgoed’ (Artikel 269, §1, 3° van het Belgische Wetboek Inkomstenbelastingen '92) dat is gelegen in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Indien de vastgoedportefeuille van Aedifica op 31 maart 2022 ongewijzigd blijft, verliezen de aandeelhouders van Aedifica het gunstige tarief van de roerende voorheffing van 15% op dividenden ontvangen van Aedifica vanaf 1 januari 2026 (d.i. de datum waarop de overgangsregeling afloopt die werd ingesteld na Brexit, en die voorziet in de opname van de Britse portefeuille van Aedifica in de drempel van 80%), die vanaf dan onderworpen zullen zijn aan het standaard tarief van de roerende voorheffing van 30%. De bronbelasting van 30% kan een invloed hebben op het vermogen van Aedifica om nieuw eigen vermogen aan te trekken, aangezien het nettodividend dat beleggers ontvangen lager zou zijn dan bij een bronbelasting van 15%.

Risico’s met betrekking tot de aandelen, de onherleidbare toewijzingsrechten of de scrips

 

  • Schommelingen in de aandelenprijs – Bepaalde veranderingen, ontwikkelingen of publicaties over de Vennootschap of de markt waarin ze actief is, die, al naargelang het geval, buiten de controle van de Vennootschap vallen, kunnen een wezenlijke invloed hebben op de prijs van de Aandelen (zie bijvoorbeeld Risicofactor 'Reputatierisico' hierboven). Ook ruimere politieke, economische, monetaire, financiële en/of gezondheidszorggerelateerde factoren (die in elk geval buiten de controle van de Vennootschap vallen) kunnen leiden tot aanzienlijke schommelingen in volume en prijs op de aandelenmarkt in zijn geheel. Dergelijke gebeurtenissen (waarvan enkele voorbeelden de gevolgen zijn van de COVID-19 pandemie op de (gezondheidszorg)markt, de aanhoudende inflatie, stijgende rentevoeten en wijzigingen in de belastingregimes die van toepassing zijn op de Vennootschap - in dit verband wordt ook verwezen naar de Risicofactoren die hierboven worden beschreven), kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de prijs van de Aandelen om redenen die niet noodzakelijk verband houden met de bedrijfsresultaten van de Vennootschap. De prijs van de Aandelen kan dalen tot onder de Uitgifteprijs van de Nieuwe Aandelen die in het kader van de Aanbieding worden uitgegeven. Bijgevolg kan de Uitgifteprijs geenszins worden beschouwd als indicatief voor de marktprijs van de Aandelen na de Aanbieding. Bovendien, als de prijs van de Aandelen daalt tijdens de Inschrijvingsperiode, zou de waarde van de Prioritaire Toewijzingsrechten waarschijnlijk ook dalen. Het is mogelijk dat de Bestaande Aandeelhouders die hun Prioritaire Toewijzingsrechten niet wensen uit te oefenen, niet in staat zullen zijn om ze op de markt te verkopen.
  • Mogelijke verwatering voor de Aandeelhouders in de toekomst – De Vennootschap kan in de toekomst beslissen om haar kapitaal te verhogen via publieke of private uitgiften van Aandelen of rechten om Aandelen te verwerven. Aangezien Aedifica een GVV is en inherent een gestage kapitaalstroom nodig heeft om haar activiteiten voort te zetten en te laten groeien, heeft zij sinds 1 januari 2020 haar kapitaal (exclusief uitgiftepremie) verhoogd met EUR 412.534.975,02, bestaande uit: (i) EUR 145.116.265,78 door kapitaalverhogingen in geld met opheffing van het wettelijke voorkeurrecht van, maar met toekenning van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, haar toenmalige Bestaande Aandeelhouders; (ii) EUR 215.987.045,03 door kapitaalverhogingen in geld met opheffing van het wettelijk voorkeurrecht van, en zonder toekenning van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, haar toenmalige Bestaande Aandeelhouders; (iii) EUR 41.418.186,33 door inbrengen in natura; en (iv) EUR 10.013.477,88 door de uitgifte van keuzedividenden. Een Aandeelhouder die op 1 januari 2020 1% van het kapitaal van de Vennootschap aanhield en nooit zijn prioriteitsrechten heeft uitgeoefend of heeft deelgenomen aan de keuzedividenden, zou op 20 juni 2023 nog slechts 0,61% van het kapitaal van de Vennootschap aanhouden.
  • Lage liquiditeit van de markt voor Onherleidbare Toewijzingsrechten en/of onvoldoende vraag naar de Scrips – Er kan geen zekerheid zijn dat zich een markt voor de Onherleidbare Toewijzingsrechten zal ontwikkelen. De liquiditeit op deze markt kan bijzonder beperkt zijn, wat een negatief effect kan hebben op de beurskoers van de Onherleidbare Toewijzingsrechten. Er kan niet worden gegarandeerd dat de Scrips zullen worden verkocht tijdens de Private Plaatsing van de Scrips en dat er enige vorm van opbrengst zal zijn.
  • Toekomstige dividenden die door de Vennootschap worden uitgekeerd kunnen, en/of het dividendrendement op de Aandelen kan, lager zijn dan wat in het verleden werd uitgekeerd – In overeenstemming met de GVV-wetgeving moet de Vennootschap ten minste tachtig procent (80%) van een bedrag dat overeenstemt met de "kasstroom" (d.w.z., exclusief de waardeverandering van vastgoedbeleggingen en bepaalde andere niet-kaselementen die in het nettoresultaat zijn opgenomen) uitkeren als betaling voor het kapitaal. Dit bedrag wordt berekend in overeenstemming met artikel 13 van het Koninklijk Besluit van 13 juli 2014. Het niveau van toekomstige dividenden zal worden bepaald op basis van de beschikbare winst, die van tijd tot tijd kan variëren. Historische dividenduitkeringen en dividendrendementen zijn niet noodzakelijk een weerspiegeling van toekomstige dividenduitkeringen en/of dividendrendementen van de Aandelen. Daarom kan de Vennootschap geen garantie geven dat ze in staat zal zijn om, zoals ze dat in het verleden kon, haar dividend per Aandeel in de toekomst te handhaven of te verhogen. Het onvermogen van de Vennootschap om ten minste het dividend per Aandeel te handhaven, zou (i) de verwachtingen van de aandelenmarkt kunnen beïnvloeden en zou kunnen leiden tot een daling van de marktprijs van het Aandeel en (ii) de toegang tot vreemd en/of eigen vermogen moeilijker kunnen maken en zou uiteindelijk kunnen leiden tot een verminderde liquiditeit van de Vennootschap (zie ook Risicofactor ‘Financieringsrisico’ hierboven).

Risico’s met betrekking tot het aanbod

 

  • Een intrekking van de Aanbieding – De Vennootschap behoudt zich het recht voor om de Aanbieding in te trekken of voor, tijdens of na de Inschrijvingsperiode op te schorten indien (1) geen Underwriting Agreement werd ondertekend of er een gebeurtenis plaatsvindt die de Underwriters toelaat om hun verbintenis in het kader van de Underwriting Agreement te beëindigen of (2). de bevestiging van de toelating tot de handel van de OnherleidbareToewijzingsrechten en de Nieuwe Aandelen op de gereglementeerde markten van Euronext Brussel en Euronext Amsterdam na hun detachement respectievelijk niet ontvangen.
    Indien besloten zou worden de Aanbieding in te trekken, zullen de Onherleidbare Toewijzingsrechten geen waarde meer hebben. Bijgevolg zullen de houders van coupon nr. 32 niet delen in het Excedentair Bedrag en zullen de kopers van de Onherleidbare Toewijzingsrechten en Scrips niet langer hun verworven Onherleidbare Toewijzingsrechten of Scrips kunnen uitoefenen. Ze zullen geen recht hebben op compensatie, ook niet voor de aankoopprijs (en enige kosten) die zijn betaald om de Onherleidbare Toewijzingsrechten of Scrips aan te kopen of uit te oefenen.

Hoe inschrijven op deze kapitaalverhoging?

Contacteer het Easy Banking Centre op het nummer 02 433 43 57 voor meer info of om in te schrijven.


Beleggers die hun effecten in bewaring hebben gegeven op een Effectenrekening bij BNP Paribas Fortis kunnen hun instructies doorgeven via Easy Banking Web. Via dit kanaal kan het verloop van de waarde van de aandelen ook dagelijks worden opgevolgd.

Documentatie

Belangenconflict

Potentiële beleggers moeten zich ervan bewust zijn dat BNP Paribas Fortis NV deel uitmaakt van het syndicaat van deze aandelenuitgifte en dat de bank een zakelijke relatie heeft met de emittent, waardoor een belangenconflict zou kunnen ontstaan dat een nadelig effect zou kunnen hebben op de belangen van de aandeelhouders.

Klachten

Met al uw klachten over onze beleggingsproducten en/of -diensten kunt u terecht bij BNP Paribas Fortis NV – Klachtenbeheer – Warandeberg 3, 1000 Brussel of per e-mail op klachtenbeheer@bnpparibasfortis.com.

Indien u niet tevreden bent met de voorgestelde oplossing kunt u een klacht indienen bij Ombudsfin – Ombudsman in financiële geschillen – North Gate II, Koning Albert II-laan 8 (Bus 2), 1000 Brussel of per e-mail via ombudsman@ombudsfin.be.

Het delen van uw scherm Easy Banking Web
Als u op dit moment telefonisch of via chat contact heeft met een Easy Banking adviseur, kunt u beginnen met het delen van uw scherm Easy Banking Web.
Het delen van het sessienummer
Om het delen van uw scherm Easy Banking Web te activeren, kunt u het onderstaande sessienummer doorgeven aan de Easy Banking adviseur met wie u contact heeft.

Sessienummer: