Uitspraak Hooggerechtshof brengt geen rust in internationale handel

5 min

Sinds 5 november buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich over een vraag die even simpel als explosief is: mag een president importtarieven opleggen op basis van een zelf uitgeroepen nationale noodtoestand? Het oordeel, dat rond het jaareinde wordt geveld, bepaalt of het mondiale handelssysteem nog een toekomst heeft die niét lijkt op een spaghettiwestern.

De inzet?

Tarieven die president Trump oplegde onder de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) — een wet uit 1977 bedoeld om handel met vijanden of tijdens oorlogen aan banden te leggen. In de voorbije 50 jaar werd deze wet al enkele malen toegepast voor het opleggen van economische sancties (zoals voor Rusland). Nooit voordien werden importtarieven opgelegd.

Volgens experts zijn er verschillende redenen waarom het Hooggerechtshof de tarieven illegaal zou moeten verklaren:

  1. De grondwet is duidelijk: enkel het Congres is bevoegd om tarieven op te leggen. De wetgevende macht kan expliciet haar toestemming geven aan de president om tarieven op te leggen. Maar dat is niet gebeurd.
  2. IEEPA is geen tariefwet: de wet spreekt over ‘regulate imports or exports’. ‘Regulate’ kan verschillende betekenissen hebben. Maar de grondwet verbiedt expliciet het opleggen van tarieven op exports. Het vervangen van ‘regulate’ door ‘het opleggen van tarieven op import en export’ zou in strijd zijn met de grondwet, stelt rechtsprofessor Jennifer Hillman van Georgetown University in de Financial Times.
  3. Nationale noodtoestand? De president heeft het alleenrecht om een noodsituatie uit te roepen. Maar de rechtbank kan interpreteren of zo’n noodtoestand valt onder wat de wet omschrijft. Twee lagere rechtbanken oordeelden van niet. Het eindverdict ligt nu bij het Hooggerechtshof.

Trump Unchained

Wat als het Hof Trump gelijk geeft? Dan krijgen we ‘Trump Unchained’. De president voelt zich gesterkt om regel na regel te rekken of te negeren. Het vertrouwen in de VS als handelspartner valt naar een nieuwe bodem. Andere landen leggen mogelijk vroeg of laat ook de regels van de Wereldhandelsorganisatie naast zich neer en we belanden in het Wilde Westen. “De films mogen dan opwindender zijn, het écht beleven is veel erger”, waarschuwde Ngozi Okonjo-Iweale van de WHO enkele jaren geleden.

Tarieven worden nog minder voorspelbaar. Vandaag 15%, morgen 39%, overmorgen nul — afhankelijk van het wisselende humeur van één man. Bedrijven tasten in het duister en stellen investeringsbeslissingen gelinkt aan de VS voor onbepaalde tijd uit.

Gigantisch begrotingsprobleem

Wat als de tarieven illegaal zijn? De VS moeten dan mogelijk alle onterecht geïnde tarieven terugbetalen. Elke Amerikaanse importeur wordt een ‘benadeelde partij’ en de administratie wordt overspoeld door een tsunami aan claims.

Zo’n uitspraak zou een zucht van opluchting veroorzaken. Er staat een rem op de willekeur van het Witte Huis. Regels zijn regels — zelfs voor presidenten. Maar dat duurt niet lang.

Washington zit nu met een gigantisch begrotingsprobleem. De nieuwe tarieven hebben de schatkist tot nog toe bijna honderd miljard dollar opgebracht — geld dat nodig is om Trumps ‘Big Beautiful Bill’ te financieren. Zonder dat extra inkomen loopt het reeds hoge begrotingstekort van 7,4% verder op. Obligatiemarkten houden niet van verrassingen, zeker niet van dit kaliber.

Nieuwe inkomsten

De Amerikaanse administratie moet elders op zoek naar inkomsten. In een mogelijk scenario verklaart president Trump dat de VS kampen met een betalingsbalansprobleem. Volgens artikel 122 van de Amerikaanse handelswet kan hij dan een tarief van maximaal 15% opleggen voor een periode van 150 dagen.

Dat geeft de Amerikaanse administratie de tijd om andere inkomsten te zoeken op basis van artikel 232 en 301 van de handelswet. Die laatste laten de VS toe tarieven op te leggen als er sprake is van oneerlijke handel. Deze wet werd al toegepast tegen China, in de eerste ambtstermijn van Trump, en tijdens de regeringsperiode van Biden. Ze kan dan bijvoorbeeld in stelling gebracht worden tegen de Digitale Dienstentaks van de EU en het VK.

Artikel 232 laat het opleggen van tarieven toe op basis van nationale veiligheid. Het 50% tarief op staal en aluminium valt hieronder. Andere sectoren kunnen onderzocht worden. Een 50% tarief zou een nachtmerrie zijn voor de Duitse auto- en Europese farmasector. En als keukenkasten en badkamermeubels vandaag gezien worden als een bedreiging voor de nationale veiligheid, dan ligt de lat voor selectie niet hoog. Op dat moment rest geviseerde landen geen andere keuze dan te reageren, met een volledige escalatie van de handelsoorlog tot gevolg.

Wat het Hooggerechtshof ook oordeelt, de onzekerheid in de wereldhandel zal niet snel verdwijnen.