De Europese auto-industrie levert een strijd op leven en dood

5 min

De Amerikaanse president Donald Trump heeft zijn dreigement van extra handelstarieven weer opgeborgen. Maar ook zonder die bijkomende invoertarieven zit de Europese autosector midden in een overlevingsstrijd, door aanzienlijk hogere elektriciteitskosten en de concurrentie van veel goedkopere Chinese elektrische wagens. In combinatie met de versnelde elektrificatie van het wagenpark, leidt dat tot een structurele crisis.

We beginnen in de VS. De Amerikaanse importtarieven hebben in Europa geproduceerde wagens al 15 procent duurder gemaakt. Tel daar de sterkere euro bij en je zit aan een prijsverhoging van meer dan 30 procent tegenover begin 2025. Dat verkoop je niet meer, tenzij je bereid bent je volledige winstmarge op te offeren. 

Dat een Amerikaans rechter zich over de legaliteit van deze importtarieven zal buigen, biedt weinig troost. Want zelfs als ze onwettelijk blijken, dan biedt de Amerikaanse handelswet artikels genoeg om alternatieve en voor sommige geviseerde sectoren zelfs hogere tarieven op te leggen. President Trump heeft extra inkomsten nodig om de belastingverlagingen in zijn ‘Big Beautiful Bill’ te financieren. En hij zal die vinden.

Dan is er Europa zelf. Veel hogere energieprijzen dan in de VS en China zijn al jaren een handicap, maar voor de autosector zijn ze nu nefast. Autoconstructie is energie-intensief: staal, aluminium, kunststoffen, lakstraten, assemblage … En elektrische wagens (EV’s) maken het probleem niet kleiner. Integendeel. Wie in Europa produceert, vertrekt vandaag met een structurele kostenhandicap.

Oneerlijke concurrentie

Maar het echte probleem komt uit China. De Chinese auto-industrie is een ander spel, op een ander veld, met andere regels. Europese constructeurs voetballen, de Chinezen komen aanzetten met American football. Dankzij massale subsidies, lage loonkosten, eigen batterijen, geen historische ballast en nauwelijks dealerkosten, kunnen Chinese producenten prijzen aanbieden waar Europese merken niet tegenop kunnen. Dat is niet alleen een efficiëntieverschil, maar een systeemverschil.

In het lagere segment van EV’s zijn Europese modellen gemiddeld 17% duurder dan de Chinese (inclusief importtarieven), met tegelijk 28% minder standaarduitrusting, zo berekende BNP Paribas Research. In het hogere segment is het verschil kleiner, maar ook daar blijven Europese wagens duurder. Zorgt merktrouw er ten minste voor bijkomende bescherming

Minimumprijzen

De importtarieven – 10% standaard plus 15 tot 35% extra, afhankelijk van de Chinese producent – bieden Europese producenten bescherming tegen de Chinese vloedgolf. Maar om Chinese vergeldingsacties te milderen, gaat de Europese Commissie de importtarieven vervangen door minimumprijzen. Importtarieven verhogen de kost van Chinese EV’s meer dan minimumprijzen. De beschermingsmuur voor de Europese producenten gaat dus naar omlaag. EV’s worden wel goedkoper voor consumenten, wat de overstap naar elektrisch rijden versnelt.

België toont waar dit naartoe gaat. Vanaf 2026 zijn enkel volledig elektrische bedrijfswagens nog 100% fiscaal aftrekbaar. EV’s en plug-inhybrides hebben vandaag al meer dan de helft van de markt in handen. Studies tonen dat er op een bepaald niveau een kantelpunt wordt overschreden, waarna de elektrificatie bijzonder snel gaat. In Noorwegen stond in 2017 het aandeel van EV’s en hybrides op het huidige Belgische niveau. Vandaag overschrijdt het percentage EV’s in nieuwe registraties er de 90%.

De ongemakkelijke waarheid is dat Europese producenten geconfronteerd worden met een versnelde elektrificatie én een Chinese concurrent die daarin een aanzienlijke technologische voorsprong heeft. De vergelijking met de overgang van klassieke filmrolletjes naar digitale fotografie dringt zich op: de technologie was bekend, de trend onmiskenbaar, maar wie te lang vasthield aan het bestaande model werd onherroepelijk ingehaald.

Die achterstand wegwerken, zal meer vergen dan importheffingen of minimumprijzen. Europa zal sneller moeten vereenvoudigen, fors investeren in batterijtechnologie en zijn industriële ketens herdenken. Minder modellen, meer schaal. Minder nostalgie, meer uitvoering. Beschermingsmaatregelen kunnen tijd kopen, maar geen toekomst garanderen. In deze overlevingsstrijd moet Europa de inhaalrace snel beginnen.