Eerste pijler van het wettelijk pensioen volop in beweging

 

Het wettelijk pensioen is in volle beweging. En dat begint al met het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd. Die maatregel geeft aanleiding tot een aantal trends. We benadrukken dat het vooralsnog gaat om trends want het wetgevend werk rond deze materie heeft nog niet geresulteerd in definitieve teksten. Maar omdat een verwittigd man/vrouw er twee waard is, bekijken we toch al even de belangrijkste trends binnen de eerste pijler.

 

Werken tot 67 jaar

De internationale statistieken wijzen uit dat de Belgen massaal op te jonge leeftijd met pensioen gaan. De regering heeft de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken tot 67 jaar. Tegelijk ontmoedigt ze het vervroegd pensioen. De inzet van deze dubbele maatregel is de financiering van ons pensioenstelsel. Dat is van het repartitietype: de bijdragen die de actieven opbrengen vanuit hun loon, worden onmiddellijk weer verdeeld ('reparti') onder wie momenteel al met pensioen zijn. Een repartitiestelsel moet evenwel zeer goed het evenwicht bewaren tussen het aantal actieven en het aantal passieven. Bij te weinig premie-ontvangsten voor te veel pensioengenieters kapseist het systeem. Langere loopbanen dragen bij aan beide polen: door de langere loopbaan blijven mensen langer actief en vermindert tegelijk de toevloed van nieuwe pensioengenieters.

 

Naar meer gelijkheid tussen de pensioenen

Recent werd er al veel werk geleverd om het zelfstandigenpensioen nauwer te doen aansluiten bij het werknemerspensioen maar er blijft een belangrijke kloof. Die mag trouwens niet doen vergeten dat ook het Belgische werknemerspensioen in België helemaal niet zo hoog is. Landen als Duitsland, Frankrijk of Luxemburg zijn bijvoorbeeld veel guller dan ons land waardoor het armoederisico bij plus 65-jarigen navenant hoger is in België.

 

Het derde pensioenstelsel, dat van het ambtenarenpensioen, kan die vergelijking met het buitenland wel aan. Probleem is dat dit ruimere pensioen deels geldt als een uitgesteld loon. Dat is een overblijfsel uit de tijd dat de overheid haar werknemers minder goed betaalde dan vergelijkbare werknemers in de privésector. Het loonverschil werd dan aan het einde van de loopbaan bijgepast onder de vorm van meer pensioen. Ook hier lijken evenwel veranderingen op til. Die lijken vooral betrekking te zullen hebben op het gewicht van een gewerkt jaar - ambtenaren moeten minder jaren werken om toch een volledige loopbaan van 45 jaar te hebben - en het niet langer meetellen van de studiejaren bij de berekening van het pensioenbedrag.

 

Naar een deeltijds pensioen?

Het pensioen heeft momenteel twee standen: of u bent met pensioen of u bent niet met pensioen. Maar misschien komt er een tussenschakel: een deeltijds pensioen waardoor wie werkt, geleidelijk met pensioen zou kunnen gaan. Dat is uiteraard iets anders dan onbeperkt bijverdienen voor wie op pensioen gegaan is na een volledige loopbaan. Dat laatste is al mogelijk. Ook wie geen volledige loopbaan heeft, kan, zij het in beperktere mate, bijverdienen. Het deeltijds pensioen is evenwel geen makkelijke materie: het mag geen vervanging van het brugpensioen worden, het mag geen 'pensioenval' worden voor mensen die liever halftijds stoppen terwijl ze voltijds aan de slag kunnen blijven enz.

 

Meer mensen in aanmerking voor aanvullend pensioen

De minister van pensioenen Bacquelaine beloofde een verdere democratisering van de pensioenopbouw via aanvullende verzekeringen via de werkgever. U moet daarbij vooral denken aan groepsverzekeringen voor werknemers, aan vrije aanvullende pensioenen voor zelfstandigen en aan individuele pensioentoezeggingen voor bedrijfsleiders van een vennootschap.
Toegegeven: het aantal werknemers met een aanvullend pensioen is de laatste jaren zeer snel gestegen, maar de opgebouwde reserves zijn in de regel te klein om te zorgen voor een aanvullende verzekering met voldoende kritische massa. Hier is duidelijk nog werk aan de winkel. De regering hoopt dat een deel van latere loonsverhogingen bindend gereserveerd zou worden als bijdragen voor de aanvullende pensioenvoorziening, maar dat belooft nog een zware discussie met en tussen de sociale partners.

 

Weten wat u straks krijgt

Het pensioen is geen ver-van-mijn-bed show. Toch is het opmerkelijk dat Belgen tijdens hun actieve loopbaan nauwelijks geïnformeerd worden over de pensioenrechten die ze opgebouwd hebben. En dat is jammer want u kunt pas aan remedies denken als u de diagnose hebt kunnen stellen.

In dat verband wil de regering versneld werk maken van de website mypension.be. Die moet in 2016 en 2017 uitgroeien tot het online pensioenportaal voor alle gepersonaliseerde informatie over wettelijke en aanvullende pensioenen voor actieve en gepensioneerde werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Kunnen er o.a. hun pensioendossier raadplegen: gepensioneerde en actieve werknemers, gepensioneerde en actieve zelfstandigen, gepensioneerde en actieve ambtenaren. Vanaf begin 2016 moet elke burger (werknemers, ambtenaren, zelfstandigen) een raming kunnen maken van de vroegste datum waarop hij met pensioen gaan. Voor een raming van het pensioenbedrag is het evenwel wachten tot einde 2016.