22/01/2016

 

De dalende olie en twijfels over China blijven voor onrust zorgen

 

De heropleving van dinsdag op de financiële markten is van korte duur gebleken. Toen bij het sluiten van de Aziatische aandelenmarkten de teller diep in het rood ging, werd het woensdagmorgen al snel duidelijk dat het opnieuw een zeer moeilijke dag zou worden. De verliezen liepen immers op tot tegen de 4%. De Europese en Amerikaanse beurzen zijn in de loop van de dag plus minus dezelfde weg opgegaan.

 

Het resultaat sinds begin dit jaar oogt dus absoluut niet mooi. De grootste slachtoffers waren opnieuw de oliereuzen en de mijnbouwbedrijven. De als veilige havens omschreven activa zoals goud, staatsobligaties en de Japanse yen werden gretig opgezocht, terwijl de rentevoeten van de perifere landen (Spanje, Portugal, Italië en Griekenland) door de onrust hoger gingen. Donderdag kwam de ECB samen voor een nieuw rentebesluit. Voorzitter Draghi bevestigde dat de ECB alles zal doen om de inflatiedoelstellingen te halen. Dit steekt alvast de Europese financiële markten een hart onder de riem.

 

Overdreven reactie

De voorlopig niet te stoppen neergang van de olieprijs en de vrees voor een Chinese groeivertraging of zelfs een harde landing met besmettingsgevaar voor de gehele wereldeconomie, zorgt voor overdreven reacties. Het jarenlange beursfeestje is plotsklaps gestopt omdat het brandalarm is afgegaan en iedereen op hetzelfde moment naar buiten wil. Het massale gedrum versterkt het neerwaarts effect. Het sentiment heeft het op dit moment overgenomen van de fundamenten.

 

De wereldeconomie groeit

Afgaande op de voorspellingen van onze economen en de deze week neerwaarts bijgestelde verwachtingen van het IMF, stellen we vast dat de wereldeconomie in 2016 zal groeien tussen de 3,2% en 3,6%. Cijfers die hoger liggen dan de economische groei van 2015. Uit deze cijfers maken we ook op dat de vooruitzichten van de twee voornaamste ‘ontwikkelde regio's', de Verenigde Staten en Europa, positief blijven. De impact van de economische groeivertraging in Azië wordt als beperkt ingeschat.

 

Hoe is het gesteld met de Chinese economie?

Begin deze week rapporteerde China dat haar economie in het vierde kwartaal verder was afgekoeld. Met een groei van 6,8% in het laatste trimester en 6,9% over heel 2015, was dit het laagste resultaat in 25 jaar. Deze cijfers lagen in lijn met onze verwachtingen en deze van de markt. Een logische evolutie, rekening houdend met het feit dat het land de omslag maakt van een industrie gedreven economie naar een diensteneconomie. Een structurele verandering die gepaard gaat met groeipijnen en heel wat tijd zal vergen. Onrendabele en/of te sterk vervuilende fabrieken moeten verdwijnen, het overaanbod op allerlei vlakken dient te worden bijgeschaafd. Bovendien moet de vriendjespolitiek eruit en zullen de excessen op kredietvlak worden aangepakt. Het is geheel normaal dat deze belangrijke stap naar een ‘ontwikkelde' markt knaagt aan het groeiritme. Daardoor daalt de honger naar grondstoffen en is er ook een invloed op het handelsverkeer met het buitenland.

Terzelfdertijd heeft China de handen vol met het stabiliseren van de financiële markten, de renminbi en de recente kapitaalvlucht. En net daar maakt Peking heel wat fouten waardoor de financiële markten nog heftiger reageren. Zo waren er recent nog de onaangekondigde en bruuske muntdevaluaties waardoor het wantrouwen sterk omhoog schoot. Ook de ongelukkige invoering van de ‘circuit breakers', waardoor de handel automatisch werd stilgelegd, heeft voor diepe correcties gezorgd. De Chinese overheid heeft voor dit jaar en de komende jaren een economische groeidoelstelling van 6,5%. Het heeft de laatste maanden druppelsgewijs een reeks maatregelen aangekondigd die geleidelijk aan beterschap brengen. Daarnaast zal het binnenkort met een uitgebreide hervormingsagenda uitpakken om de onrust die er heerst te bestrijden. Ze beseft de noodzaak ervan en heeft er alvast de middelen voor.

 

Terugval van de olieprijs

Sinds eind 2014 is de olieprijs in een neerwaartse spiraal gevangen. De prijs van een vat olie is sindsdien gedaald van boven de 100 dollar tot onder de 27 dollar. Door het oplopende succes van de Amerikaanse schalieolie en de recordproductie als tegenzet door de OPEC-landen en Rusland, is er een overvloed aan olie ontstaan. Nu oliegrootmacht Iran, als dank voor een nucleair akkoord, groen licht gekregen heeft om zijn productie op te voeren, is het hek helemaal van de dam. Dit kan op een korte periode de olieaanvoer opdrijven met 500.000 vaten per dag. Daarnaast is er het vooruitzicht dat, mits het doorvoeren van investeringen, op middellange termijn het aanbod kan opgetrokken worden met een bijkomende 500.000 vaten per dag. Het is duidelijk dat deze evolutie samen met de recordproductie van andere OPEC-landen en Rusland niet wijzen op een plotse verdappering van de olieprijs.

Toch zijn er ook signalen van hoop. Eerst en vooral verwacht het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat de vraag naar olie vanaf de tweede jaarhelft zal toenemen. Daarnaast is er de afkalving van het productieniveau in de Verenigde Staten waar tegen de huidige olieprijs een belangrijk deel van de Amerikaanse energiebedrijven het gevaar loopt om te kapseizen. Sowieso blijven de komende maanden onzeker en zullen de wekelijkse statistieken van de olievoorraden voor volatiliteit blijven zorgen. Toch zien we op termijn de fundamenten verbeteren wat uiteindelijk de olieprijs zal ondersteunen en geleidelijk aan versterken, zonder evenwel opnieuw naar de niveaus van 2014 te gaan.

 

Onze beleggingsstrategie

We bevinden ons in het midden van de storm. Hoe lang deze situatie kan aanhouden, is moeilijk te voorspellen. De reactie op de financiële markten is voor een groot stuk ingegeven door een negatief sentiment en zorgt voor overdreven correcties. Het is zaak om de rust te laten weerkeren en zich vooral niet te laten meeslepen door paniek. We weten uit het verleden dat beursinzinkingen af en toe de kop op steken, zonder evenwel het vooruitzicht op een herstel weg te vegen. Zo'n sterke beursinzinkingen op een relatief korte periode zorgen voor koopopportuniteiten. Het rijtje beleggers dat aan de zijlijn staat te wachten dikt ondertussen aan. Heel wat kwalitatieve aandelen kunnen naderhand aan aantrekkelijke prijzen opgepikt worden. We blijven onze positieve visie tegenover aandelen aanhouden met een regionale voorkeur voor Europa en Japan. Zoals 2015 een volatiel beursjaar geworden is, zal 2016 dat ook worden. Het bescheiden economisch herstel, een aangehouden monetaire steun in verschillende regio's, de lage olieprijs, de goedkope euro en aantrekkelijke waarderingen zullen de basis vormen van een keerpunt en herstellende koersen in de loop van het jaar.

 

”De informatie vervat hierboven komt voort uit met zorg gekozen bronnen.

BNP Paribas Fortis N.V. waarborgt echter in geen enkel opzicht de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid of de volledigheid van deze informatie. BNP Paribas Fortis N.V. kan bijgevolg niet aansprakelijk zijn in geval van rechtstreekse of onrechtstreekse schade die uit het gebruik van deze informatie zou voortkomen, in het bijzonder in geval van het zich niet voordoen van de verwachtingen vervat in deze informatie. De ter beschikking gestelde informatie maakt geen aanbod van bancaire- en/of verzekeringsproducten of -diensten uit.”