Nélis

Naar een ontmanteling van trusts of offshore-vennootschappen?

 

Sinds aanslagjaar 2014 moeten bepaalde buitenlandse juridische constructies, zoals trusts of vennootschappen in belastingparadijzen, in de aangifte van de personenbelasting vermeld worden (zie ook: Patrimoniale Actualiteit, 3 april 2014).

De wetgever wil nu nog verder gaan door de begunstigden te belasten (Kaaimantaks). Die nieuwe regeling is op een aantal punten echter nog niet duidelijk en zou tot dubbele belastingheffingen kunnen leiden. Dat zou sommigen ertoe kunnen aanzetten de juridische constructie te ontmantelen. En dat is wellicht een van de doelstellingen van het nieuwe wetsontwerp.

 

In 2013 probeerde de regering-Di Rupo al bepaalde buitenlandse juridische constructies te belasten (zie ook: Patrimoniale Actualiteit, 9 december 2013) maar het wetsontwerp is er toen niet gekomen. De huidige regering heeft dat ontwerp grondig herzien en is vast van plan om er dit keer écht werk van te maken.

 

Over welke juridische constructies gaat het?

Het is de bedoeling twee categorieën juridische structuren te belasten:

  • structuren zonder rechtspersoonlijkheid van het type 'trust' of 'fiduciaire verhoudingen' (verder: categorie 1 genoemd);
  • structuren met rechtspersoonlijkheid die niet of nauwelijks belast worden (verder categorie 2 genoemd). 
     

De structuren van die tweede categorie werden opnieuw gedefinieerd:

  • Het ontwerp van 2013 ging ervan uit dat een entiteit een aanzienlijk gunstigere belastingregeling genoot dan in België, zodra de minimale effectieve aanslagvoet 10 procent bedroeg;
  • Het huidige ontwerp viseert entiteiten die onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting van minder dan 15 procent van het belastbaar inkomen, vastgesteld overeenkomstig de regels voor het vestigen van de inkomstenbelasting op daarmee overstemmende Belgische inkomsten.
    Die beoordeling gebeurt elk jaar. Een juridische constructie van categorie 2 kan dus het ene jaar niet onder de nieuwe regeling vallen (omdat het percentage van 15 procent niet bereikt wordt) en het daaropvolgende jaar bijvoorbeeld wel.
    Opgelet, het ontwerp voorziet geen verrekening van de effectief betaalde belasting. Het is dan ook interessanter belast te worden tegen 0 of 16 % dan tegen 14 %.


Gevestigd in de Europese economische ruimte, ja of neen. Dat is de vraag

Men maakt een onderscheid tussen de entiteiten van categorie 2 al naargelang ze in of buiten de Europese economische ruimte (EER) gevestigd zijn.

 

Een entiteit die in de EER gevestigd is, geldt niet als een juridische constructie, behalve als ze deel uitmaakt van de lijst met geviseerde entiteiten die bij koninklijk besluit werd vastgesteld. Is de entiteit daarentegen buiten de EER gevestigd, dan geldt ze als een geviseerde juridische constructie. Een koninklijk besluit zal een (niet-limitatieve) afzonderlijke lijst van die entiteiten vaststellen. De belastingplichtige kan overigens altijd bewijzen dat de entiteit buiten de EER niet kan gelden als een geviseerde juridische constructie. De lijst met entiteiten vastgesteld door het KB van 19 maart 2014 wordt afgeschaft.

 

Bepaalde entiteiten of instellingen worden uitgesloten van het begrip juridische constructie. Samengevat gaat het om:

  • beursgenoteerde vennootschappen;
  • openbare en institutionele instellingen voor collectieve belegging en instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  • een entiteit die wettelijke of aanvullende pensioenen toekent;
  • een entiteit die werknemersparticipaties beheert in de financiering van de onderneming of van de groep waartoe die behoort;
  • bepaalde entiteiten (onder andere degene die in de EER gevestigd zijn) waarvan de oprichter of de begunstigde aantoont
    • dat ze een daadwerkelijke economische activiteit uitoefenen in het kader van hun beroepsactiviteit en;
    • dat het geheel van de lokalen, het personeel en de uitrusting in verhouding staat tot de economische activiteit die de betrokken entiteiten uitoefenen.
       

Oprichter of derde begunstigde?

De belastingregeling die de regering wil invoeren, verschilt naargelang de belastingplichtige de hoedanigheid van oprichter of van derde begunstigde heeft.
 

De oprichter is de natuurlijke persoon die als privépersoon handelt of de rechtspersoon die onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting (RPB), zoals een groot aantal vzw's. De oprichter is hij:

  • die de juridische constructie oprichtte of;
  • die er goederen en rechten in onderbracht of;
  • die de juridische rechten van de aandelen bezit of
  • die de economische rechten op de goederen en kapitalen van de juridische constructie van categorie 2 in handen heeft. 

     

Wordt ook als oprichter gekwalificeerd, de natuurlijke persoon:

  • die (in)direct erfgenaam is van de oprichters of oorspronkelijke inbrengers of
  • die (in)direct van die personen zal erven na hun overlijden.

Die erfgenaam kan aan de belasting ontsnappen als hij aantoont dat hij noch zijn erfgerechtigden ooit enig voordeel van de juridische constructie zullen ontvangen.
 

De derde begunstigde is de natuurlijke persoon of rechtspersoon (onderworpen aan de RPB) die op enig ogenblik en op om het even welke wijze een voordeel van de juridische constructie geniet. Eenzelfde belastingplichtige kan, met betrekking tot een bepaald boekjaar, tegelijk oprichter en derde begunstigde zijn.
 

Een rechtspersoon die onderworpen is aan de RPB kan voortaan ook betrokken partij zijn als oprichter of derde begunstigde. Daaruit volgt dat hij – net als de natuurlijke personen – het bestaan van een buitenlandse juridische constructie moet aangeven in zijn jaarlijkse belastingaangifte voor de RPB.
 

Een complexe belastingregeling op basis van de bewijslast

Om de belastingaanslag te bepalen, stelt u zich best eerst de volgende vraag:

Werden de inkomsten van de juridische constructie betaald of toegekend aan een derde begunstigde

  • die ingezetene is van de EER of
  • die ingezetene is van een land dat een van volgende akkoorden ondertekend heeft:
    • ofwel een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting, dat de uitwisseling van belastinggegevens organiseert
    • ofwel een fiscaal akkoord (van het type Fatca bijvoorbeeld) dat in een dergelijke informatie-uitwisseling voorziet?

       

1° Het bewijs kan niet geleverd worden.

In dat geval wordt de oprichter-rijksinwoner (of de rechtspersoon onderworpen aan de RPB) via het doorkijkregime belast op de inkomsten uit de juridische constructie, op dezelfde manier alsof de oprichter de inkomsten rechtstreeks inde. Zijn er verschillende oprichters, dan bepaalt het wetsontwerp dat de inkomsten gelijk onder hen verdeeld worden tenminste als het aandeel van de inbreng van eenieder in de juridische constructie niet vastgesteld kan worden. De verdeling van de inkomsten zoals bepaald door het wetsontwerp, kan enkel vermeden worden als de oprichter bewijst aan welke andere persoon en in welke verhouding de inkomsten van de juridische constructie moeten toegekend worden.
 

2° Het bewijs van betaling of toekenning kan worden geleverd (doorgaans door de oprichter)

In dat geval wordt de oprichter niet onderworpen aan de doorkijkbelasting. Op het ogenblik van de uitkering van de inkomsten door de juridische constructie zal de derde begunstigde-rijksinwoner belast worden op de inkomsten die de juridische constructie inde en opnieuw uitkeerde, op net diezelfde wijze als hij zelf rechtstreeks geïnd zou hebben.
 

Gevallen van dubbele belasting blijven mogelijk, zeker als de juridische constructie de inkomsten niet opnieuw uitkeert tijdens het jaar waarin ze die inde.
 

Om dat risico te beperken, bepaalt het wetsontwerp[1] dat er geen belasting geheven wordt op de inkomsten[2] die zijn toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie van categorie 2 "en die werden verkregen door een oprichter of een derde begunstigde, in het geval en in de mate dat de oprichter of de derde begunstigde aantoont dat die inkomsten zijn samengesteld uit door de juridische constructie verkregen inkomsten die reeds in hoofde van die oprichter of derde begunstigde in België hun belastingregime hebben ondergaan".
 

En wat bij de ontbinding van de structuur?

Wat gebeurt er als een entiteit van categorie 2 overgaat tot het uitkeren van bedragen naar aanleiding van haar ontbinding of van de totale of gedeeltelijke overdracht van haar activa zonder gelijkwaardige tegenprestatie (bijvoorbeeld bij een schenking)?

Die zullen in hoofde van de oprichter belast worden als dividenden "wat het gedeelte betreft dat het bedrag van de ingebrachte activa die reeds in België hun belastingregime hebben ondergaan, overschrijdt."

De nieuwe ontwerptekst omvat antimisbruikbepalingen die bepaalde handelingen niet tegenstelbaar maken aan de administratie. Het betreft handelingen die erop gericht zijn de doorkijkbelasting of de belasting op de liquidatiebonus te ontduiken, of om een entiteit van categorie 2 om te vormen tot een rechtsverhouding van categorie 1 of vice versa.
 

Inwerkingtreding

Na de goedkeuring van het ontwerp door het Parlement zal het van toepassing zijn op de inkomsten die de juridische constructie inde, betaalde of toekende sinds 1 januari 2015.

Het ontwerp voorziet blijkbaar geen enkele overgangsregeling voor de inkomsten van vóór 1 januari 2015. Die worden als dividenden belast bij de vereffening van de entiteit van categorie 2. Die belasting vervangt evenwel de belasting niet die verschuldigd zou zijn als de belastingautoriteiten zouden vaststellen dat de oorspronkelijke inbrengen hun correcte belastingregime niet ondergingen in België.

Belgische tussenpersonen moeten de roerende voorheffing of de bedrijfsvoorheffing op de betaalde of toegekende inkomsten enkel inhouden vanaf de eerste dag van de maand volgende op de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

 


[1] Nieuw artikel 21, 12° van het WIB/92 ingevoerd door artikel 41.

[2] De vrijstelling betreft echter niet de bedragen die toegekend of betaalbaar gesteld werden door een entiteit van categorie 2 ten gevolge van haar ontbinding of van de totale of gedeeltelijke overdracht van haar activa waarvoor in ruil geen gelijkwaardige tegenprestatie werd verkregen.

 

Redactie afgesloten: 12 juni 2015. Na deze datum kunnen uiteraard wijzigingen optreden.

 

Dit artikel afdrukken
 

 

 

 Dit artikel delen

 

 

 

Wenst u meer informatie over onderwerpen die aan bod komen in de Patrimoniale Actualiteit? Uw private banker en zijn medewerkers op het vlak van Estate planning zijn u graag van dienst.

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste fiscale wijzigingen? Schrijf u nu gratis in op onze Private Banking Alerts via www.bnpparibasfortis.be/PBA

 

 

 

De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavige brief zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.

Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze brief. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. 25879 A, en haar klanten.