Patrimoniale actualiteit

De gunstregeling bij de overdracht van familiale bedrijven in Vlaanderen
in het licht van de Omzendbrief van 15 december 2015


Auteur: Boudewijn Verhelst, estate planner

29 maart 2016

  

In Vlaanderen gelden sinds 1 januari 2012 nieuwe fiscale maatregelen voor de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen[1]. En vanaf 1 januari 2015 gingen de bepalingen inzake erf- en schenkbelasting die tevoren federale materie waren, over naar de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). De Vlaamse belastingadministratie (Vlabel) int voortaan de schenk- en erfbelasting in het Vlaamse Gewest. Inzake de overdracht van familiale bedrijven in Vlaanderen hanteert Vlabel een gunstregeling met

 

inzake erfbelasting een tarief van

  • 3 % (in rechte lijn en tussen echtgenoten/samenwonenden) of;
  • 7 % (voor anderen);

 

inzake schenkbelasting een tarief van 0%

 

De voorwaarden voor beide gunstregelingen (erf- en schenkbelasting) zijn identiek. In een Omzendbrief van 15 december 2015[2] 'verduidelijkte' Vlabel haar zienswijze met betrekking tot de overdracht van familiebedrijven. Ze herneemt in grote lijnen haar vorige Omzendbrief (FB/2012/1 van 20 juli 2012) maar voegt daar nog enkele verduidelijkingen aan toe.

 

A. Gunstregeling voor familiebedrijven: de actuele stand van zaken

  • Toepassingsvoorwaarden

De participatievoorwaarde vereist dat de schenker/erflater, al dan niet samen met zijn familie,

  • een participatie van tenminste 50% in het familiebedrijf aanhoudt;
  • een participatie van 30% is voldoende als hij samen met één andere aandeelhouder (en zijn familie) tenminste 70% van de aandelen heeft of samen met twee andere aandeelhouders (en hun familie) tenminste 90%.

De participatievoorwaarde wordt bekeken op het ogenblik van schenking/overlijden en geldt in hoofde van de erflater/schenker, samen met zijn naaste familie. Naaste familie zijn: de 'partner' en de verwanten in rechte lijn (en hun partners), de broers en zussen (en hun partners) en de kinderen van broers en zussen. Voorheen was een vooroverlijden van broer of zus vereist vooraleer hun kinderen als naaste familie werden beschouwd.

Enkel de aandelen die deze familieleden persoonlijk aanhouden, tellen mee. Tellen bijv. niet mee: de aandelen die onrechtstreeks worden aangehouden (via een holdingvennootschap).

Een tussengeschakelde maatschap of een certificering via een administratiekantoor is voor de beoordeling niet relevant. Die structuren worden voor deze beoordeling 'transparant' behandeld.

De activiteitsvoorwaarde houdt in dat de vennootschap zelf:

  • een economische activiteit (van nijverheid, ambacht, handel, landbouw of een vrij beroep) uitoefent; of
  • rechtstreeks minstens 30 % van de aandelen van dergelijke operationele vennootschap(pen) aanhoudt.

Uitgesloten zijn:

  • patrimoniumvennootschappen;
  • managementvennootschappen;
  • familiebedrijven die geen 'reële economische activiteit' uitoefenen, en dit aan de hand van een vermoeden op basis van twee boekhoudkundige parameters (zie Patrimoniale Actualiteit 12/01/2012).

Volgens de Omzendbrief kan een tegenbewijs tegen deze criteria - bedoeld om de onroerende patrimoniumvennootschappen uit te sluiten - enkel geleverd worden als u kunt aantonen dat ALLE onroerende goederen in de boeken van de vennootschap worden gebruikt voor de uitoefening van de economische activiteit. Het gaat dus wel degelijk om een 'alles of niets'-regel. Eén enkel onroerend goed dat dient voor privé-doeleinden, is al voldoende om het tegenbewijs niet meer te kunnen leveren.

De continuïteitsvoorwaarde vereist dat de familiale vennootschap gedurende 3 jaar na de schenking/vererving op ononderbroken wijze een 'reële economische activiteit' blijft uitoefenen. Die activiteit hoeft evenwel niet dezelfde te zijn als de activiteit op het ogenblik van schenking/vererving.
 

Diverse formele voorwaarden

  • vóór 2015 moest u een attest voorleggen als bewijs dat u aan de voorwaarden voldeed;
  • die verplichting bestaat sinds 2015 niet langer. U kunt evenwel nog steeds een attest aanvragen om op die manier al op voorhand rechtszekerheid te hebben.

 

  • Holdings

Een holding geldt als 'actief' als hij, naast het bezit van één of meer aandelenparticipaties, ook een economische activiteit uitoefent.

Noch de Vlaamse Codex Fiscaliteit noch de Omzendbrief stellen voorwaarden aan de minimale omvang van de economische activiteit. Ze vereisen evenmin dat de inkomsten uit dergelijke activiteit in een bepaalde (minimale) verhouding staan tot de totale inkomsten van de holding.

Maar wat in het geval van een zgn 'passieve holding', een holding dus die zelf geen economische activiteit uitvoert, maar zich beperkt tot het louter passief aanhouden van aandelenparticipaties? Die geniet enkel van de gunstregeling als zij minstens één rechtstreekse participatie aanhoudt van 30% of meer in een operationele dochtervennootschap met zetel binnen de EER. De aanwezigheid van niet-operationele tussenholdings kan dus de toepassing van de gunstregeling verhinderen.

 

  • Verdachte periode

Een overlijden binnen de zgn. 'verdachte periode' van 3 jaar na een schenking geeft alsnog aanleiding tot erfbelasting. De verdachte periode bedraagt 7 jaar als men op het ogenblik van een schenking van het familiebedrijf wel voldoet aan alle voorwaarden voor het tarief van 0%, maar de schenking niet ter registratie aanbood, bijv. via een notariële schenkingsakte voor een buitenlandse notaris. Een negatief attest kan hier echter de periode van 7 jaar opnieuw op 3 jaar brengen.

 

B. Nieuwe standpunt van de Omzendbrief

Tot dusver bevat de Omzendbrief weinig echte verrassingen. Zo een belangrijke en verrassende wijziging in het standpunt is er wel voor de zgn. 'schenking onder opschortende voorwaarde'.

De schenking onder opschortende voorwaarde

Wil een schenker de schenking van de aandelen over bijvoorbeeld twee generaties spreiden, dan kan hij een eerste schenking doen aan de kinderen plus een restschenking aan de kleinkinderen.

Overlijdt een begiftigd kind (vóór of na de schenker), dan wordt de schenking aan dit kind ontbonden waarna de restschenking in werking treedt. Op die manier gaan de geschonken aandelen rechtstreeks naar de kleinkinderen.

De beoordeling voor toepassing van het 0%-tarief gebeurde enkel op de datum van het verlijden van de schenkingsakte. Ze bleef dus ook gehandhaafd bij de inwerkingtreding van de restschenking. Op die manier bleef het 0%-tarief 'verworven' voor zowel de schenking aan de kinderen én voor de doorschenking aan de kleinkinderen. Die doorschenking kon dus pas vele jaren later aan de orde zijn en toch geen nieuwe beoordeling van de voorwaarden vereisen. Het ging hier om een soepele interpretatie van de Vlaamse Belastingdienst in het voordeel van de belastingplichtige.

De Vlaamse Belastingdienst wijzigde evenwel in de Omzendbrief haar standpunt over de restschenking van aandelen van een familiale onderneming. Voortaan moet de vennootschap voldoen aan de voorwaarden voor een familiale vennootschap:

  • op het ogenblik van de schenking (aan de kinderen); én
  • op het ogenblik van de doorschenking (aan de kleinkinderen).

Blijkt de vennootschap geen familiale vennootschap meer op het ogenblik van de doorschenking, dan wordt het gunsttarief van 0 % 'vervangen' door het tarief van toepassing voor roerende schenkingen in rechte lijn. Dat laatste bedraagt momenteel 3%. Qua tarief is dit niet zo dramatisch. Naar het principe en de juridische beoordeling toe moet deze interpretatie op zijn minst als vernieuwend omschreven worden.

Inzake de rechtszekerheid is het belangrijk dat het gewijzigde standpunt enkel geldt voor schenkingen onder opschortende voorwaarde met een akte van na de 10de dag na de publicatie van de Omzendbrief in het Belgisch Staatsblad (11 januari 2016). Voor schenkingen met een akte van voor die datum blijft het vroegere standpunt van kracht.


[1] Deze kwamen al uitgebreid aan bod in vorige Patrimoniale Actualiteiten edities 12 januari en 31 oktober 2012, 6 maart 2013 en 5 maart 2015.

[2] Publicatie in Belgisch Staatsblad 31 december 2015


Redactie afgesloten op 29 maart 2016. Na deze datum kunnen de wetgeving en reglementering uiteraard gewijzigd zijn
 

© BNP Paribas Fortis Private Banking, Warandeberg 3, 1000 Brussel. Overname van dit artikel toegelaten mits bronvermelding

  

Dit artikel afdrukken
 

 

 Dit artikel delen

 

 

 

Wenst u meer informatie over onderwerpen die aan bod komen in de Patrimoniale Actualiteit? Uw private banker en zijn medewerkers op het vlak van Estate planning zijn u graag van dienst.

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste fiscale wijzigingen? Schrijf u nu gratis in op onze Private Banking Alerts via www.bnpparibasfortis.be/PBA

 

 

 

De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavige brief zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.

Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze brief. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. 25879 A, en haar klanten.