Tweede pijler: het beweegt in de groepsverzekeringen

 

 

De tweede pijler groepeert de aanvullende verzekeringen die men kan genieten in het kader van zijn werk. De bekendste zijn:

  • voor werknemers: de groepsverzekering
  • voor zelfstandigen: de Verzekering Aanvullend Pensioen Zelfstandigen (VAPZ)
  • voor bedrijfsleiders van een vennootschap: Individuele Pensioentoezegging (IPT)
  • voor geconventioneerde artsen, tandartsen, apothekers en kinesitherapeuten: RIZIV

 

 

Hoe rendabel zijn groepsverzekeringen?

De wettelijke minimale rendementsgarantie van een groepsverzekering voor loontrekkenden bedraagt tot het einde van het jaar 3,25% voor de stortingen die een bedrijf voor zijn medewerkers doet in plannen met een vaste bijdrage. Die rendementsgarantie is een verplichting in hoofde van het bedrijf; niet in hoofde van de uitvoerende verzekeringsonderneming.

Voor de eigen stortingen van de medewerkers dient de werkgever een rendement van zelfs 3,75% te garanderen.

Van haar kant kan de verzekeringsmaatschappij die de groepsverzekering beheert, eventuele winstdeelnames toestaan. Daarnaast biedt ze ook een gegarandeerde rentevoet.

In de huidige tijden van extreem lage rentevoeten waren deze relatief hoge vergoedingen van 3,25% tot 3,75% een doorn in het oog van veel ondernemingen. Daarom komt er een nieuwe regeling voor nieuwe stortingen vanaf 2016. Nogmaals: voor stortingen van vóór 1 januari 2016 blijven de oude minimale rendementsgaranties van kracht. De nieuwe regeling heeft uiteraard ook geen invloed op de contractuele voorwaarden tussen de verzekeringsmaatschappij en de werkgever.

 

Van 3,25% naar 1,75% gegarandeerd minimumrendement

Na lang onderhandelen beslisten de sociale partners dat vanaf 1 januari 2016 de minimale rendementspercentages van 3,25% en 3,75% worden vervangen door één enkel percentage. Dat zal evolueren in lijn met de rendementen die gehaald kunnen worden op de financiële markten, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Wel een kleine reserve: het Sociaal Akkoord van de zogenaamde “Groep van Tien” werd weliswaar door de regering overgenomen, maar is nog niet in een definitieve wettekst gepubliceerd. De krijtlijnen zijn dus gekend; definitief uitsluitsel over de details volgt ongetwijfeld de komende maanden.

 

Van vaste rendementen naar rendementen die jaarlijks kunnen wijzigen

In ieder geval wordt het wel wennen aan rendementen die van jaar tot jaar kunnen veranderen. Het nieuwe wettelijke minimumrendement varieert mee met de gemiddelde Belgische tienjarige rente in de afgelopen 24 maanden. Bij het huidige OLO-rendement op 10 jaar zou de effectieve rente trouwens lager uitvallen dan de gegarandeerde minimumrente van 1,75%.

Vóór we de kaap van de 1,75% ronden, zal het algemene rentepeil nog behoorlijk moeten stijgen. En dat is belangrijk: aangezien het gegarandeerd minimumrendement bij stijgende rentevoeten kan oplopen tot in het allerbeste geval tot 3,75%, moeten er twee belangrijke nuances gemaakt worden:

  • als het effectieve rendement lager uitvalt dan het verplichte minimumrendement, dan is het verschil ten laste van de werkgever. Belangrijk is wel dat dit eventuele verschil enkel moet bijgepast worden door de werkgever op het moment van pensionering of bij een transfert van reserve.
  • de beheerder van een groepsverzekering - een verzekeraar, een pensioenfonds, … - kan in de praktijk hogere of lagere rendementen toekennen.

 

Belastingen

Ondanks de lagere gegarandeerde minimumrendementen voor nieuwe stortingen blijft de groepsverzekering een uiterst aantrekkelijk instrument in de pensioenopbouw. Dat heeft ook te maken met de relatief beperkte belastingen die u op de finale uitkering van een groepsverzekering betaalt.

Ook op dit onderdeel heeft de wetgever een vroege uitstap uit de actieve carrière proberen te ontmoedigen door verschillende tarieven te hanteren naargelang de leeftijd waarop men zijn groepsverzekering opneemt. Hoe jonger de leeftijd waarop u ze opneemt, hoe hoger de taks. Voor de berekening van de effectief verschuldigde taks moet u een onderscheid maken tussen:

  • de stortingen die u zelf deed in uw groepsverzekering en;

de stortingen die uw werkgever deed;

 

horizon