23/06/2016

 

VK en Brexit: de economische gevolgen

  • Binnen de Conservatieve partij zal de speculatie omtrent een verandering van het partijleiderschap wellicht stijgen.
  • Omdat de Schotse kiezers de voorkeur hebben geuit om tot de EU te blijven behoren, bestaat de kans dat er een oproep komt tot een tweede referendum over de Schotse onafhankelijkheid.
  • De onzekerheid over de toekomst van de relatie tussen het VK en de EU en de politieke vooruitzichten in het VK zullen wegen op de economie. We verwachten een stagnatie tijdens de volgende twee tot drie kwartalen. Globaal gezien verwachten we dat het bruto binnenlands product in 2018 bijna 2% lager zal zijn dan in de vorige prognose.
  • Er wordt verwacht dat de het Brits pond zal verzwakken, hetgeen opwaartse druk zal veroorzaken op de inflatie. We zien de CPI inflatie op 2,6% komen in 2018, tegenover de vorige prognose van 2,0%.
  • We verwachten dat de Bank of England haar beleid zal afzwakken om de rente tot nul te herleiden en de aankopen van activa (QE) zal verhogen tot 100 miljard GBP.
     

De start van een lang proces
De historische Leave-uitslag in het Verenigd Koninkrijk zal naar alle verwachting leiden tot onderhandelingen over het vertrek en de nieuwe relatie met de EU. We verwachten dat dit proces om de EU te verlaten lang zou kunnen aanslepen. De eerste stap voor de Britse regering is de bekendmaking van haar voornemen aan de Europese Raad. We denken dat het onwaarschijnlijk is dat deze mededeling zal gebeuren voor het einde van 2016. Wanneer dit gebeurt, zal het de onderhandelingen omtrent een overeenkomst met betrekking tot die terugtrekking op gang trekken en dit met een deadline van 2 jaar, waarna de Europese regelgeving (of toch tenminste een deel ervan) niet langer van toepassing zal zijn. Tot dat punt blijft het Verenigd Koninkrijk gebonden aan de Europese wetgeving. Een uitstapregeling onderhandelen in de komende 2 jaar lijkt een grote uitdaging, zeker in het licht van vele bestaande handelsovereenkomsten tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, de grootte van de EU-gerelateerde Britse wetgeving die werd opgebouwd gedurende het meer dan 40-jaar lopende lidmaatschap en de vele EU residenten die in het Verenigd Koninkrijk leven en omgekeerd over wiens status ook zal moeten beslist worden. Indien het Verenigd Koninkrijk zou beslissen om lid te worden van de Europese Economische Ruimte (EER), kan dit sneller worden uitgevoerd dan een op maat gemaakte overeenkomst.

Hoe dan ook, een EER-lidmaatschap zou inhouden dat het Verenigd Koninkrijk de Europese wetgeving inzake de eenheidsmarkt moet toepassen. Bovendien zou het moeten blijven financieel bijdragen tot het EU budget (zij het een gereduceerd deel) en het vrije verkeer van werknemers voor EU-burgers moeten accepteren. Indien een lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte geen leefbare optie blijkt, zal de toekomstige handelsrelatie één van de moeilijkste en economische belangrijkste kwesties zijn om aan te pakken met de EU en zijn lidstaten. Er is ook de noodzaak om handelsakkoorden te smeden met meer dan 50 niet-EU-landen op basis van de overeenkomsten die het Verenigd Koninkrijk ondertekende met de EU. Onderhandelingen over handelsovereenkomsten hebben de neiging lang aan te slepen.
 

Politieke onzekerheid

De binnenlandse politieke vooruitzichten hullen zich in een dichte mist van onzekerheid. Kan premier Cameron overleven in zijn functie na de stemvoorkeur om de EU te verlaten, gezien zijn positie als de voornaamste voorstander om lid van de EU te blijven en gegeven de vijandige toonaard van de campagne? Een andere vraag is of de stemvoorkeur van het VK om de EU te verlaten zou kunnen leiden tot een tweede Schots onafhankelijkheidsreferendum. Een dergelijke mogelijkheid kan tijdens de komende jaren bijdragen tot wat wel eens een relatief onstabiele binnenlandse politieke situatie zou kunnen zijn.
 

Negatieve economische impact
Wij verwachten een negatieve impact op de economie via vier voorname kanalen: onzekerheid en vertrouwen; financiële markten; rechtstreekse buitenlandse investeringen en andere kapitaalstromen; en tenslotte handel en inkomstenstromen. Daarnaast zijn er echter ook enkele potentiële voordelen aan een exit die de impact ervan kunnen milderen: de stopzetting van de bijdrage van het VK tot het EU budget of toch reductie ervan indien het VK uiteindelijk lid van de Europese Economische Ruimte (EER) zou worden; de mogelijkheid om bilaterale handelsovereenkomsten te sluiten met niet-EU economieën (nu gebeurt dit door de EU zelf, voor het VK); meer greep op de regelgeving die tot hogere productiviteit en potentieel aan aanbodzijde zou leiden; en tenslotte ook een verhoogde competitiviteit gezien de verwachte verzwakking van het pond sterling.


Globaal hebben we, ten gevolge van de uitkomst van het referendum in het VK om de EU te verlaten, onze groeivooruitzichten met ongeveer 0.3% verlaagd voor dit jaar en met bijna 1.5% voor volgend jaar. We verwachten ook dat de groei in 2018 marginaal lager zal zijn dan voorheen verwacht. In totaal ligt het BBP niveau bijna 2% lager dan we in onze vorige voorspellingen verwachtten. Dit zijn de voornaamste punten:

  • Verhoogde onzekerheid en volatiliteit in de financiële markten zullen gevoelig lagere investeringen met zich brengen
  • Terugval in de bedrijfswereld, via lagere jobcreatie en hogere werkloosheid, is meer dan waarschijnlijk
  • Uitgaande van een aanhoudende daling van 10% van het pond sterling vergeleken met zijn handelsgewogen waarde van eind mei zal de inflatie opwaartse druk ervaren via de importprijzen
  • Lagere nominale inkomstengroei en hogere inflatie zullen de reële lonen onder druk zetten tot een verwachte stagnering in 2017 en slechts een beperkte stijging in 2018. De consumentenuitgaven zullen bijgevolg naar verwacht ook merkbaar zwakker evolueren dan indien het VK gekozen had om in de EU te blijven.


We verwachten een beleidsversoepeling door de Bank of England: een verlaging van de centrale rentevoet van 0.50% naar zero, het activeren van liquiditeitsmaatregelen en een verhoging van 100 miljard pond van kwantitatieve versoepeling (QE).
Het spreekt vanzelf dat alle hierin opgenomen vooruitzichten een significant hogere onzekerheidsgraad hebben dan gewoonlijk.


William De Vijlder – Group Chief Economist

 

« De informatie vervat in dit document komt voort uit met zorg gekozen bronnen.

BNP Paribas Fortis N.V. waarborgt echter in geen enkel opzicht de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid of de volledigheid van deze informatie. BNP Paribas Fortis N.V. kan bijgevolg niet aansprakelijk zijn in geval van rechtstreekse of onrechtstreekse schade die uit het gebruik van deze informatie zou voortkomen, in het bijzonder in geval van het zich niet voordoen van de verwachtingen vervat in deze informatie. De ter beschikking gestelde informatie maakt geen aanbod van bancaire- en/of verzekeringsproducten of -diensten uit.”